Pestkoppen in mijn kelder

Soms vraag je je af waarom je iets niet eerder hebt gedaan. Vorige week was ik in de kelder om op te ruimen. Ik had mijn herinneringskist in handen en besloot te bekijken wat ik allemaal had bewaard. Poëziealbums, mijn eerste schoentjes, een knuffel en foto’s. Tussen dat stapeltje foto’s lagen ze. De schoolfoto’s van de middelbare school. Ik bekeek ze en gooide ze bij het oud papier.

Het tweede en derde jaar van de middelbare school waren voor mij verschrikkelijk. Ik vond geen aansluiting bij mijn klasgenoten en voelde me er niet tussen passen. Twee jaar lang werd ik buitengesloten, belachelijk gemaakt, genegeerd, uitgelachen en vernederd. Ik heb nooit begrepen waarom. Waarom ik? Wat deed ik verkeerd?

Een paar jaar geleden herinnerde ik mij opeens waar het allemaal startte. Dat heb ik nooit eerder zo helder gezien. Als ik er aan terug denk, zie ik het voor me. Dat moment was allesbepalend. Ik had daar zeker mijn eigen aandeel in. Het had een ruzie moeten zijn, niet iets waarvoor ik twee jaar het mikpunt van de klas werd.

Van buiten liet ik het van me afglijden. Deed ik alsof het me niets interesseerde. Van binnen werd ik vermorzeld.

Deze kinderen bewaarde ik in mijn herinneringsdoos. Omdat ik ergens de overtuiging heb meegekregen dat je foto’s niet weggooit. Dat je herinneringen koestert en bewaart. Deze foto’s heb ik meegenomen naar mijn eerste huis, weer terug naar mijn ouders, meeverhuisd naar een ander huis en heb ik nu, ruim 20 jaar later nog steeds. Foto’s van mijn pestkoppen. In mijn kelder.

Ik besloot om mijn eigen regels te maken, mijn eigen overtuigingen te volgen. Ik heb ze weggegooid. Ze verdienen geen plekje in mijn herinneringenkist. Die is voor fijne herinneringen, jeugdsentiment, liefdesbrieven en foto’s van mensen waar ik om geef.

Aan mijn jonge, onzekere puber-ik wil ik zeggen dat het allemaal goed komt. Dat ik sterk ben en zacht. Liefdevol en behulpzaam. Nog altijd een beetje anders, maar dat ik dat omarm, juist het leukste vind aan mezelf. Dat ik me omring met mensen die me waarderen om wie ik ben. Dat ik veel te geven en te bieden heb. Dat die periode mij nog kan raken, als ik terug denk aan welke patronen dat heeft ingesleten. Maar dat ik stappen maak, mij ontwikkel en moeilijke dingen doe. Dat ik zelfs medeleven heb voor de jonge, onzekere pubers die mij hebben gepest. Zij hebben ook hun eigen verhaal, hun eigen redenen. Ik hoop dat het ze goed gaat en dat ze hun kinderen beter leren doen.

Lief Limburg – rampgebied

Als het water tot aan je enkels, je knieën,

maar eigenlijk tot aan je lippen staat

Als het gewoon echt even niet meer gaat

Als met elke emmer die je schept

de moed je verder in de schoenen zinkt

Je in zorgen voor de toekomst verdrinkt

Als je bent aan het einde van je krachten

Lief Limburg, je bent in mijn gedachten

– schrijver onbekend

Waar ik hoog en droog zit, zie ik om mij heen het onvoorstelbare gebeuren. Op een paar kilometer van mij vandaan overstromen straten, kolken rivieren en vluchten mensen uit hun huis. Of blijven ze juist, om het water te weren, spullen veilig te stellen en te zien hoe hun thuis onderloopt. Hoe spullen nat worden, de tuin onderloopt en de oprit wegspoelt.

Mijn Limburg als rampgebied, waar ik woon, werk en liefheb.

Mijn hart gaat uit naar iedereen die het water tot aan de lippen heeft staan <3

Hoe ik mijn week plan..

Eigenlijk helemaal niet. Ik doe maar wat. Ik weet wanneer ik moet werken en plan het sporten van te voren in (omdat je moet reserveren via een app), maar verder laat ik alles maar gebeuren. Dat zorgt voor lekker veel vrijheid en spontante dingen, daar hou ik van. Het zorgt soms ook voor stress.. dan wil ik bijvoorbeeld nog een blog typen en doe ik dat -weer- op het laatste moment. Of dan kijk ik de hele week niet naar mijn to-do-lijstje en blijf ik sommige dingen eeuwenlang voor me uitschuiven.

Een paar weken geleden nam ik me voor om mijn uitstelgedrag weer aan te pakken (hier te lezen) en ging het een tijdje beter. Toen bedacht ik ook nog om de 1-minuut-regel toe te passen (daarover lees je hier) en alles liep op rolletjes.

Totdat het leven gebeurde en ik terugviel in mijn oude vertrouwde gedrag. The LA Minimalist, die ik graag op Instagram volg, zegt dat je je systeem moet veranderen als het niet voor je werkt. Dus dat heb ik gedaan. Want het systeem wat ik nu heb (of eigenlijk niet heb) werkt niet. Alleen is het soms wat lastig om te ontdekken wat wél voor je werkt.

Mijn systeem veranderen heb ik al vaker geprobeerd. Maar oude gewoontes zijn moeilijk los te laten. Je begint enthousiast en gemotiveerd, maar daar komt gauw de klad in. Bij mij gebeurt dat vooral als ik voel dat het niet bij me past of niet voor me werkt.

Zo had ik het systeem uit ‘Een einde aan uitstelgedrag’ van Petr Ludwig geprobeerd. Een heel fijn systeem, maar het past niet bij hoe ik mijn leven leef. Ik heb niet iedere dag heel veel to do’s die ik moet uitvoeren of delegeren. Dus ik besloot het anders aan te pakken. Petr werkt met een to do today, to do all en ideeënlijst. Op je to do all schrijf je alles wat je moet doen, alles! Op je to do today schrijf je de dingen die vandaag moeten. Je ideeënlijst is voor ideeën die niet op je to do thuishoren, maar die je toch ergens genoteerd wilt hebben.

Op mijn to do all staat bijvoorbeeld een fotoboek maken (van mijn reis van 4 jaar geleden, hallo uitstelgedrag). Dingen die ik ooit nog wil doen en die ik ergens moet gaan inplannen, wil ik er werkelijk aan beginnen. Mijn to do today heb ik omgedoopt tot een to do in mijn weekplanner. Ik heb een eenvoudige weekplanner gekocht, waarin een overzicht van de week staat, een to do lijst, ruimte voor krabbels en een leeg hokje die je naar behoefte kunt invullen. Zo doe ik toch de to do’tjes, maar dan verspreid over de week.

Hoe ik mijn week nu plan..

Ik vul in mijn weekoverzicht in wanneer ik moet werken en welke afspraken ik al op heb staan. Daarna ga ik het sporten inplannen. Ruth en ik proberen altijd een dag in de week samen te plannen, waarin we gaan sporten en daarna lekker lang naar de sauna gaan. Als dat gepland is, kijk ik waar ik tijd over heb. Ik plan nooit alles vol. Ik hou veel ruimte over en alles kan nog altijd schuiven. Ik hou niet van een hele strakke planning, omdat er toch altijd iets tussenkomt of verandert.

In die vrije ruimte plan ik mijn to-do’s. Drie keer in de week bijvoorbeeld, waar ik niet echt een tijd aan vast hang, of het aantal to-do’s dat ik verwacht te doen. Daarna plan ik ontspanning in, tijd voor mezelf. Ik heb vaak genoeg tijd voor mezelf, maar door het nu bewust te plannen ga ik het meer waarderen. Ik had ooit als goed voornemen dat ik iedere week iets leuks wil doen voor mezelf. Bijvoorbeeld iets bakken, een nieuwe wandeling uitzoeken, zwemmen in natuurwater of een tijdschrift lezen. Op deze manier vliegt de week niet om, terwijl je het idee hebt alleen maar bezig te zijn geweest met werk en klusjes.

In mijn krabbelruimte zet ik dingen die ik belangrijk vind voor mezelf. Een gewoonte die ik wil trainen die week, een positieve affirmatie, iets waar ik trots op ben of dankbaar voor.

Het past bij mij, gestructureerd maar met voldoende vrijheid om te schuiven, het anders te doen of alles om te gooien. Overzichtelijk, zodat ik weet wat ik wil doen en dit ook daadwerkelijk doe.

Ik ben altijd heel benieuwd hoe anderen dit doen. Hoe plan jij je dag/week/maand/jaar/leven?

Verrassing

Ik hou van verrassingen. Dus als vriendinnetjelief me appt dat ik na mijn werk op een bepaalde plek moet zijn en als hint ´hot & cold’ geeft, word ik heel blij. En nieuwsgierig. Vooral nieuwsgierig.

Zodra ik in mijn auto stap, bel ik om te zeggen dat ik eraan kom. Op de parkeerplaats word ik opgewacht en samen lopen we de Brunssummerheide op. Het is inmiddels 21.30u en er is bijna niemand. Ruth verklapt nog altijd niets. We lopen een stukje en gaan vervolgens de berg op. Bovenop zie ik een kleedje liggen en een tas staan. Het uitzicht is geweldig. De zon kleurt de lucht roze en we kunnen over de hele heide uitkijken.

Als ik op het kleedje zit, tovert Ruth ijs uit de tas. IJs, waar ik al vanaf vrijdag zin in had. En thee, voor daarna (hot & cold dus). Op de heide smaakt dat ijsje 10 keer lekkerder dan wanneer je op de bank zit. We lepelen het bakje uit, vertellen over onze dag en lopen daarna nog een rondje met Indy. Vervolgens weer die berg op om een kopje thee te drinken. Het wordt al wat donkerder en ook een beetje frisser. We kruipen lekker dicht tegen elkaar aan en genieten.

Ik hou van dit soort momenten. Het hoeft niet groot te zijn, maar het was wel speciaal.

Een tijdje terug schreef ik over ‘een week genieten‘ & ‘een week genieten – deel 2‘. Waarin ik probeerde te letten op de kleine genietmomentjes. Nu probeer ik er niet alleen op te letten, maar ze ook heel bewust in te plannen (al gebeurt het leven natuurlijk ook gewoon buiten je planning). Omdat het belangrijk is om fijne momentjes in te plannen. Om niet alleen maar drukdrukdruk te zijn.

Gisteravond vond ik zelfs een groot genietmoment. Vooral omdat het zo lekker onverwachts was. Als je dit nu leest wil ik je vragen om ook eens iemand te verrassen; je moeder, vriendin, man, kind, tante, opa, maakt niet uit. Hoeft niet groot te zijn, maar je tovert gegarandeerd een grote glimlach op iemands gezicht.

Wat ga jij doen?

Pluk de dag (of een bloem)

Het uitzicht bij de pluktuin van Fien Fleur is geweldig. Alle kleuren bloemen en groene velden zover je kunt kijken. Ik ging afgelopen week voor de eerste keer plukken en er staat nu een geweldige bos bloemen op mijn eetkamertafel.

Het idee is heel simpel. Je gaat naar de pluktuin, gewapend met een emmertje en een snoeischaar. Ik had mijn eigen meegenomen, maar je kunt ze ook daar lenen. Vervolgens kijk je welke bloemen je mooi vindt en mag je deze ‘plukken’. Mevrouw Fien weegt ze af, je betaalt en je hebt je eigen geplukte bosje bloemen. Veel leuker dan een bosje van de supermarkt meenemen of van de bloemist.

De pluktuin ligt in Eyserheide, alleen al de weg ernaar toe is de moeite waard. Ik wilde eerst op de fiets gaan, maar het was een beetje regenachtig weer én het is een uur heen en een uur terug fietsen, dus besloot toch maar de auto te pakken. Zodra je achter Heerlen richting de dorpen gaat, zie je mooie velden, heuvels en bos. Als je komt aanrijden bij de pluktuin, zie je de bloemen al staan.

Met mijn emmertje loop ik richting het terras. Ik meld me binnen, maar dat blijkt niet nodig te zijn. Ik mag meteen de tuin in gaan en plukken wat ik wil. Ik zie hele bijzondere bloemen en loop eerst een rondje. Dan besluit ik dat ik voor groen ga. Er zijn stevige stengels met bolletjes erop. Ik besluit deze af te knippen. Daarna zie ik mooie knoppen met witte bloemetjes, groene pluizige stengels en zachte bruine hoedjes. Ik zie bloemen die ik nooit eerder zag.

Als ik langs de paarse bloemenzee loop, valt mijn oog op een stekelige stengel die er niet bij hoort. Hij heeft doorns, wat het een beetje lastig maakt om te plukken. Ik vind ´n plekje dat glad is en probeer ´m hier vast te houden. Als ik later bij Fien mijn bloemen laat wegen, vertelt ze over de bloem, de Kaardebol. Langs de stekels kunnen insecten naar boven lopen, ze komen dan bij het blad en kunnen vanuit daar weer langs de steel verder. Alleen is dat gedeelte glad, waardoor ze naar beneden glijden, zo terug in het kuiltje van het blad. Als in dat kuiltje regenwater staat, gaan de insecten dood. Vogels weten dit en komen in deze kuiltjes de insecten pikken. De bloemen van deze plant werden vroeger gebruikt voor de schapenwol.

Mijn bosje bloemen wordt in papier ingepakt en mag nog even in het water blijven staan, terwijl ik lekker op het terras ga zitten met een kopje thee. Het is een fijn plekje om te plukken en te zitten. Ondanks dat het een beetje een regenachtige, bewolkte dag is, zijn er veel mensen aan het plukken. Ik zag veel mooie bossen bloemen voorbij komen. Grote bossen, kleine bosjes, alle kleuren door elkaar of juist een enkele kleur.

Thuis heb ik mijn eigen geplukte bloemen in de vaas gezet. Ze staan prachtig op de eettafel. Er komt inmiddels een beetje roze bij, van de bloemetjes die beginnen te bloeien. Er is een bloem bij die zich heel bijzonder ontwikkelt. Het is een hangende bloem, met een groen zakje lijkt het. Dat zakje is nu open aan het gaan en er zit een bloem onder. Het proces is nog gaande, dus ik ben benieuwd wat daar uit gaat komen. Leuk om te ontdekken.

Fien Fleur is te volgen op instagram (zeker doen!), waar ze ook haar openingstijden op plaatst. Omdat bloemen nu eenmaal bloeien wanneer ze bloeien, zijn er geen vaste openingstijden. Deze week was de pluktuin de hele week geopend van 10 tot 16 uur. Gedurende de tijd zullen er verschillende bloemen bloeien, ik ga zeker nog een keertje terug om een bosje te plukken.

De aantrekkingskracht van spullen

Laatst wilde ik een nieuw horloge kopen. Gewoon omdat ik het horloge had gezien en heel erg mooi vond. Echt iets voor mij. Voor ik het wist zat ik op de website om te kijken hoeveel het kost. Ik bekeek de verschillende kleuren en besloot dat het de zwarte moest worden. Ik zag mezelf al met de perfecte outfit, waarbij het horloge zou opvallen en ik helemaal cool en hip en trendy zou zijn.

Ik heb al twee horloges. Een horloge dat ik al zeker 6 jaar heb en nog steeds mooi vind. Hij is ondertussen een beetje beschadigd en er moeten nieuwe batterijen in, maar verder nog helemaal prima. En mijn sporthorloge. Gekocht als verjaardagscadeautje met dank aan alle gulle bijdragen van familie en vrienden. Ook nog steeds heel blij mee.

Ik heb geen nieuw horloge nodig. Dat besefte ik wel, dus ik besloot om de website af te sluiten en ging verder met wat ik aan het doen was. Maar via allerlei slimme cookies en browserinstellingen wist Instagram dat ik op dat horloge had geklikt. Zij hadden mij deze reclame laten zien en ik was erin getrapt. Ik klikte en kreeg daardoor de komende tijd alleen maar dat horloge te zien. Waardoor ik nog een paar keer klikte en erover dacht om ‘m te kopen. Maar iedere keer besloot ik dat ik geen nieuw horloge nodig had. En eigenlijk ook niet echt wilde. Maar ik vond ‘m wel mooi.

Na wekenlang dat horloge gezien te hebben, ging het mooie er vanaf. Hij werd een beetje gewoon. Omdat ik ‘m al 100x voorbij had zien komen. Na die eerste paar keer, klikte ik niet meer. Dus Instagram laat me ondertussen dat horloge niet meer zien. Wel weer andere dingen, die ik meestal niet wil hebben.

Ik ben minimalist. Een woord wat voor iedereen iets anders kan betekenen. Voor mij betekent het onder andere dat ik bewust omga met mijn spullen. Ik denk na over wat ik heb en over wat ik (denk dat ik) wil hebben. Ik hou van minder spullen. Minder om schoon te houden, minder om te bewaren, minder om te hebben, minder om over na te denken en meer ruimte. Ruimte in mijn huis en in mijn hoofd.

Ondanks dit alles, hebben nieuwe spullen toch nog aantrekkingskracht op mij. Omdat reclames het altijd zo mooi verkopen. Alsof je een ander/beter/gelukkiger mens bent, nadat je het hebt gekocht. Achter die reclames zitten een heleboel slimme koppen die precies weten hoe ze jou het meest kunnen laten kopen. Ze weten precies wat ze moeten doen om jou te beïnvloeden. Korting, laatste kans, must-have, mooie reclames die je raken.

Voor mij begon het ooit met het bijhouden van een lijstje met spullen die ik wilde hebben. Ik moest van mezelf 30 dagen wachten voordat ik het mocht kopen. Ik schreef het item op, met de datum erachter. Als ik het na die maand nog steeds heel graag wilde hebben, dan mocht ik het kopen. Na 30 dagen kon ik alles van mijn lijstje schrappen. Soms wist ik niet eens meer wat ik precies bedoelde met datgene wat ik had opgeschreven.

Het is lastig om al die mooie reclames te weerstaan. Erop klikken, iets in je winkelmandje stoppen en meteen kopen voelt goed. Als directe voldoening, een instant gelukmakertje. Dat gevoel blijft niet. Je blijft niet zo blij met je nieuwe spullen als wanneer je ze kocht. Uitzonderingen daargelaten…

Het 30-dagen-lijstje gebruik ik niet meer. Het feit dat je ze op een lijstje moet zetten, zodat je ze niet vergeet zegt al genoeg. Als je iets écht graag wilt hebben, dan weet je over 30 dagen nog precies wat dat is. Laat het even liggen, denk er wat langer over na. Die aantrekkingskracht wordt vanzelf minder.

Ik ben benieuwd: koop jij in een impuls of koop je gericht wat je nodig hebt?

Dolce far niente

Een Italiaans zinnetje die ik voor het eerst hoorde toen ik ´Eat, pray, love´ keek. Vorige zomer in Italië beleefde ik het zalige nietsdoen.

We hadden een prachtig appartement, middenin Siena. Hoge plafonds, mooie schilderingen, binnenvallend zonlicht en zachte kleuren. Een heerlijke stoel, waarin je jezelf kunt opkrullen, liefst met een goed boek. Op vakantie is het makkelijker om te nietsdoen. Niets doen, zonder je schuldig te voelen, zonder te denken aan die hele to-do-list in je hoofd, zonder dat je iets hoeft.

Thuis probeer ik dat gevoel altijd vast te houden. Niets doen en daar dan ook echt van genieten. Lukt best vaak, maar soms ook niet. Vooral wanneer ik weet dat ik nog dingen moet doen. Maar als we eerlijk zijn: er is altijd iets te doen. Er is altijd nog een onbeantwoorde mail, een onopgeruimd laatje, een stapel was, afwas, een opdracht voor ‘n training, een to-do voor je werk. Zelfs als er niets is, kun je iets gaan verzinnen. De ramen wassen, de koelkast grondig poetsen, je bank verschuiven naar de andere kant van de kamer.

We leven in een maatschappij waarin wordt verwacht dat we altijd productief zijn. Zelfs als we niets doen, moet dat het liefst productief zijn. Leren breien of een boek lezen waar je slimmer van wordt. Niets doen is goed voor je. Je wordt er creatiever van, krijgt nieuwe ideeën en je kunt opladen. Niets doen en je daar schuldig over voelen heeft niet hetzelfde effect, denk ik.

Als uitsteller doe ik wel eens vaker niets en voel me dan schuldig. Of ik ga opeens de koelkast schoonmaken en voel me schuldig dat ik niet iets doe wat ik écht moest doen.

Heel soms loop ik door mijn huisje en weet ik niet wat ik moet doen. Omdat ik dan écht niets meer te doen heb. Dat voelt altijd een beetje gek. Wat eigenlijk gek is. Als je echt niets meer te doen hebt, heb je het goed voor mekaar! Tijd voor een beetje dolce far niente.

Wat doe jij het liefst, als je niets doet?

Mijn lekkerste bakrecept

In mijn familie hebben we ons eigen woord: ‘sjnutseren’. Sjnutseren betekent lekkere dingen eten. Als je sjnutser hebt, heb je zin in iets lekkers. Sjnutser kan van alles zijn. In mijn geval is het vaak zoet, m&m’s, lindt-chocolade, appeltaart met slagroom, ijs of snoep.

De beste sjnutser is die je zelf maakt. Zelfgemaakt smaakt altijd beter. Ik hou van bakken en mijn allerlekkerste bakrecept is meteen die wat het meeste werk is. Ik maak ‘m niet vaak, waardoor het altijd een speciaal momentje is als ik dan een hap kan nemen.

Tartelettes met karamel en chocolade. Hemels! Ik vond dit recept op de site van Rutger Bakt. Als je de foto’s ziet, begrijp je waarom ik deze gewoon moest maken. Een knapperige bodem, smeuïge karamel en een glanzende ganache. Om je vingers bij af te likken.

Vol goede moed begon ik. Het recept bestaat uit drie delen: de tartelette (bodem van deeg), de karamel (smeuïg door het toevoegen van slagroom en glucosestroop) en de ganache (die je glanzend moet krijgen, wat heel moeilijk is). Bij het recept staat dat het ongeveer 2 uur duurt. Ik heb er de hele middag en avond over gedaan. Vooral omdat je heel vaak moet wachten; omdat het deeg moet rusten, omdat de karamel moet afkoelen, omdat de chocolade moet opstijven. In die tijd kun je fijn andere dingen doen, tussendoor je keuken opruimen. Op de een of andere manier is mijn werkblad altijd een beetje ontploft als ik lekker bezig ben.

De tartelettes zijn een fluitje van een cent. Alle ingrediënten in een kom, goed kneden en laten rusten in de koelkast. Vervolgens uitrollen en je tartelettevormpjes bekleden.

De smeuïge karamel vond ik een beetje spannend. Ik had nog niet eerder karamel gemaakt en bij ieder recept wordt je gewaarschuwd om voorzichtig te zijn. De suiker wordt kokend heet en je kunt je makkelijk verbranden als het gaat spatten en bruisen. Met z’n tweetjes durfden we het aan. Ik heb het recept een aantal keer doorgelezen, de stap-voor-stap uitleg gelezen en mijn zweethandjes aan mijn spijkerbroek afgeveegd.

Het recept luistert nauw, op een bepaald moment mag je absoluut niet meer roeren. Je moet goed blijven opletten of je karamel niet te donker wordt. Wanneer je hete room erbij giet, gaat het tekeer! Het sist en bruist. Vervolgens roer je de boter er door heen en heb je een smeuïge karamel. Het duurde eventjes, voor de zekerheid had ik het vuur laag en heb ik ondertussen nog een paar keer het recept gecheckt. Het doorroeren op het einde is een flinke work-out voor je spierballen (en heb ik Ruth laten doen).

De ganache is niet zo moeilijk om te maken, maar wel moeilijk om glanzend te krijgen. Daar moet ik nog even op oefenen. Mijn gebakjes waren een beetje dof, maar niet minder lekker.

Ga jij het recept uitproberen of sjnutser je liever iets anders?

Een minuut regel

De laatste tijd roep ik regelmatig ‘1 minuutje’ naar Ruth. Omdat roepen naar iemand anders makkelijker is dan het zelf doen. We hebben een beetje de 1 minuut regel van Gretchen Rubin ingevoerd. Een beetje, omdat ik het idee alleen maar geopperd heb. Het is (nog) niet zo dat we ons er ook aan houden.

Gretchen Rubin is de schrijfster van ‘The Happyness Project’, over het jaar waarin zij zich volledig richt op het krijgen van geluk. Als mensen haar vragen naar tips om gelukkiger te worden, begint ze altijd over de one-minute rule. Het is makkelijk toe te passen en heeft groot resultaat.

De 1 minuut regel houdt in dat je iets dat in minder dan 60 seconden uit te voeren is, meteen doet. Al die kleine taakjes die je doet, hopen niet op tot een grote onoverzichtelijke rommelboel. Je bord opruimen nadat je hebt geluncht. Je jas ophangen zodra je thuiskomt. Je telefoonoplader niet in het stopcontact laten hangen. Een berichtje beantwoorden, een mailtje typen.

Volgens Gretchen word je er gelukkiger van. Je stelt niet uit en het worden geen zeurende taken, die uiteindelijk veel meer tijd kosten en waar je meer en meer tegenop ziet.

Toch maar mee aan de slag, omdat ik denk die al die minuutjes een hoop verschil gaan maken. Ga ik de komende tijd ‘1 minuutje’ naar mezelf roepen.

Wanneer zou jij de een minuut regel kunnen toepassen?

Nummer drie

We moeten onze ogen dichtdoen. Voor ons ligt een briefje met een nummer. Als je nummer genoemd wordt, mag je je ogen openen, het briefje oprapen en omdraaien. Achterop staat een opdracht. Deze voer je uit.

Ik krijg al kriebels in mijn buik van het idee dat ik een opdracht moet uitvoeren, zonder te weten wat deze is. Ik ben nummer drie en mijn nummer wordt als eerste genoemd. Ik open mijn ogen, buk me om het briefje op te rapen en lees wat op de achterkant staat.

Even slaat de schrik om mijn hart. Een spannendere opdracht had ik niet kunnen krijgen. Ik ben blij dat ik nog tijd heb om te bedenken wat ik moet doen. Er schiet me niets te binnen. Geen enkel liedje dat ik uit volle borst kan zingen.

Ik ben bij de training ‘veerkracht’. Samen met 9 andere collega’s, waarvan ik er maar één ken. Het is de laatste dag voordat mijn vakantie begint. De training is heel fijn, met opdrachten, filmpjes om stil van te worden en mooie spreuken. De training draait om jezelf, de oefening waar ik me nu in bevind ook. Al heb ik dat in eerste instantie nog niet in de gaten.

De schrik gaat voorbij en ik heb een liedje in mijn hoofd dat ik ga zingen. Een liedje dat ik de afgelopen weken heel vaak zing. Een liedje dat ik erg leuk vind, maar soms weer even vergeet. Laatst was hij op de radio. De tekst ken ik bijna helemaal, ik zing altijd vals, maar heb het grootste plezier. Ik zong ik uit volle borst mee, mijn handen meebewegend op het ritme. Ik zing ‘m onder de douche, tijdens het ochtendrondje en ik was van plan om ‘m ook nu te gaan zingen. Uit volle borst, voor al deze onbekende collega’s. Ik herhaal het refrein een paar keer in mijn hoofd en besluit dat ik het durf.

Als alle nummers zijn opgenoemd en iedereen zijn opdracht heeft kunnen lezen, staan we nog steeds met onze ogen dicht. Ik wacht op het moment dat de nummers opnieuw worden opgenoemd, nu om de opdracht uit te voeren. In plaats daarvan zegt de trainer dat we weer mogen gaan zitten. De oefening is voorbij.

Het nagesprek is interessant. Iedereen had dezelfde opdracht op zijn briefje staan. Niemand voelde zich echt comfortabel genoeg om het uit te voeren. Enkele collega’s hadden kinderliedjes in hun hoofd, die ze zouden zingen. Een iemand had besloten om de opdracht niet uit te voeren. Er gebeurde van alles in de hoofden en het lijf van de tien mensen die uit volle borst hun favoriete liedje moesten zingen.

Voor mij persoonlijk was het een overwinning. Waar ik als tiener vaak te horen heb gekregen dat ik niet mooi kan zingen, hield ik steeds meer mijn mond. Als juf veranderde dat, omdat ik enthousiast wilde meezingen als een kind jarig was, of bij de liedjes van de musical. Ik vind zingen heel erg leuk. Ik zing thuis vaak mee, in de auto, maar durf dat minder goed te doen als er publiek bij is. Toch besloot ik bij deze oefening om gewoon te zingen. Omdat het me niet uitmaakt dat andere mensen horen dat ik niet mooi kan zingen. Mijn enthousiasme maakt veel goed.

Het was toch spannend. Toen bleek dat het niet hoefde was ik opgelucht. In het nagesprek vertelde ik hoe ik me bij de opdracht voelde. Ik vertelde dat ik van plan was geweest om te zingen. ‘Welk liedje?’ vroeg Daan. ‘The basement people’, al wist ik eigenlijk niet zeker of dat de titel is. Daan kende ‘m niet en zoals dat vaak gaat, zei hij: ‘Zing eens een stukje’. Dus ik zong, twee, drie regels. Waarna hij ‘m nog steeds niet kende, maar de ander instemmend knikte.

Ik zong. Waar ik dat vroeger nooit gedurfd had, zong ik nu.

Grappige is dat iedereen een beetje de kriebels kreeg van de opdracht die op het kaartje stond. Dus ik ben niet de enige. Eigenlijk zouden we gewoon allemaal uit volle borst moeten zingen. Gewoon omdat dat leuk is.

Het liedje heet 'Undercover Martyn' en is van Two Doors Cinema Club
Bijzondere wandeltocht

Wat is jouw favoriete jeugdboek? Hasse Simonsdochter van Thea Beckman staat voor mij absoluut op nummer 1. Wat kon ik me verliezen in dat verhaal. Over stoere Hasse die zich er niet bij hoorde voelen en daardoor haar eigen plan trok. Die graag in de bossen was, jagen, zwemmen, weg van de mensen. Totdat het lot anders beslist en ze een leven krijgt waar ze kan zijn wie ze wilt. Ik zie haar nog zo voor me, zwart krullend haar, gehurkt in de rietlanden van Kampen.

Ik heb het boek vaak opnieuw gelezen. Om af en toe af te wisselen ging ik op zoek naar andere boeken van de schrijfster. Kruistocht in spijkerbroek vond ik ook geweldig, evenals andere boeken die ze heeft geschreven. Toen ik via hetkanwel.nl las over Mario, die deze zomer de route uit het boek gaat lopen, was ik benieuwd hoe hij dat gaat aanpakken.

Kruistocht in spijkerbroek vertelt het verhaal van Dolf Wega, een vijftienjarige jongen die door een tijdmachine per ongeluk in het jaar 1212 belandt. Hij sluit zich aan bij de kinderkruistocht en legt een bijzondere route af. Tijdens deze reis zijn er allerlei misstanden en problemen, die Dolf helpt op te lossen. Hij is slim, vindingrijk, vriendelijk en geeft om al die duizenden goedgelovige kinderen die misleid worden. Hij maakt vrienden, heeft plezier, maakt verlies mee en hoopt ooit nog thuis te komen.

Het boek is een klassieker, al bijna 50 jaar oud. En nu is er iemand die de route van deze kinderkruistocht gaat wandelen. Hij reist met de trein naar Zuid-Duitsland en begint in Spiers. Dezelfde plek waar Dolf zich bij de kinderkruistocht voegt. Van daaruit gaat hij door het Zwarte Woud, langs het Bodenmeer via de Oostenrijkse Alpen naar Genua. Hier is de ontknoping van het verhaal en ook het einde van Mario’s avontuur. Het zal een tocht van ruim 1000 kilometer in zes weken zijn.

Zijn tocht is te volgen via Instagram. Hij hoopt dat veel mensen het boek gaan lezen en virtueel meereizen terwijl hij onderweg is. Crowdreading. Op zijn blog Vakantaseren kun je meelezen over zijn avonturen. Om dit avontuur te laten slagen, heeft hij wat hulp nodig. In ruil voor je support heeft hij een aantal leuke tegenprestaties, zoals ansichtkaarten vanaf ’n iconische plek op zijn reis, het boek met een speciaal ontworpen omslag en korting op een duurzame spijkerbroek.

Ik ga hem volgen en ook een beetje steunen. Omdat ik het tof vind dat iemand van zoiets droomt en het dan werkelijkheid laat worden.

Wat je ziet en hoort

Pas als je er op gaat letten, merk je hoe vaak het voorkomt. Maar gelukkig ook hoe vaak het steeds beter gaat.

Ik heb het over beeldvorming in de media. Deze week heb ik een aantal keer een radioreclame gehoord die me irriteert. Niet vanwege de stem of het vervelende deuntje, maar vanwege de stereotypering. Een vrouw zit niet zo lekker in haar vel, omdat er te veel van haar gevraagd wordt op het werk en privé. Ze bespreek dit met haar leidinggevende en hij was begripvol. Samen lossen ze dit op. Moraal van het verhaal: praat erover en zoek naar een oplossing. Mooie boodschap, maar had dat niet anders gekund? Een vrouw die werk en privé (denk vooral aan huishouden, kinderen, mantelzorg) niet geregeld krijgt en een man als leidinggevende. Waarom is er niet gekozen voor een man die moeite heeft met het thuiswerken en struggelt om de ballen in de lucht te houden. Die naar zijn leidinggevende stapt en dat zij heel begripvol is. Boodschap blijft hetzelfde, erover praten en naar een oplossing zoeken.

In een andere radioreclame hoorde ik een vrouw zeggen: ‘Kook je nu alweer in mijn kantoor?’ Waarop een man antwoord dat zij alweer in zijn keuken werkt. Het gaat over verhuizen of verbouwen, waarbij de vrouw aangeeft dat verbouwen een goede optie is. De man heeft twee linkerhanden en verhuist liever. Fijn dat niet standaard de vrouw in de keuken staat, terwijl de man werkt. En dat van de man niet wordt verwacht dat hij goed kan klussen.

Op de website van WOMEN Inc staat dat de media een belangrijke rol hebben in het vergroten en verkleinen van kansen. Het is tijd vor een inclusieve media, waarin iedereen gehoord en gezien wordt en waarin stereotiepe beeldvorming de kansen van bepaalde groepen niet inperkt.

Wist je dat slechts 3% van de advertenties vrouwen in leiderschapsposities laat zien? Vrouwen bijna 2 keer vaker dan mannen in een keuken worden gerepresenteerd? Mannen twee keer vaker in een setting van een sportevenement voorkomen? In kinderboeken slechts 13% van de moeders een betaalde baan heeft? Bijna 6 keer minder dan in werkelijkheid.

Als je het niet ziet, weet je ook niet dat je het kunt zijn. Als je geen vrouwen in leiderschapsposities ziet, hoe leer je dan als klein meisje dat je het wel kunt worden? Als je geen mannen in verzorgende rollen ziet, hoe leer je dan als klein jongetje dat je het wel kunt worden? Representatie is belangrijk.

Let jij er wel eens op wat je op televisie ziet, in tijdschriften of reclameblaadjes en op de radio hoort? Sta je er bij stil wat je kinderen zien en horen en welk beeld dat schetst? Het beeld dat jongens niet met poppen kunnen spelen bijvoorbeeld, of meisjes geen auto’s leuk kunnen vinden. Zelf meer invloed willen hebben op wat je kinderen lezen, zien en horen? Er zijn echt goede kinderboeken die juist helemaal geen stereotiepetjes gebruiken. Zo las ik zelf bijvoorbeeld: ‘Mama is minister-president’ van Ody Neisingh & Marieke Visser. Ontzettend leuk boek en er komt een hele serie van! Als je googelt op inclusieve kinderboeken vind je er nog veel meer.

Een week genieten, deel 2

Vorige week woensdag schreef ik dat ik een week lang ging genieten, van alle kleine dingetjes. Nu had ik gehoopt een blog te kunnen schrijven over alle heerlijke, fijne momenten die ik meemaakte. Ik heb zelfs nog gedacht om een beetje te foetelen en te schrijven over de week daarvoor, maar besloot om toch eerlijk te zijn.

Deel 1 gemist? Lees ‘m hier terug.

Soms is het leven helemaal top en soms heb je gewoon een mindere week. Eigenlijk is dat ook precies waar mijn vorige blog over ging. Over genieten van de kleine dingetjes, terwijl je week helemaal niet zo top is. Genieten en je gelukkig voelen als alles lekker loopt is heel makkelijk, het gaat er juist om ook gelukkig te zijn als het wat minder gaat. Of misschien even wat minder gelukkig te zijn, maar toch mooie momentjes te vinden.

Het begon met quarantaine. Een collega waarmee ik had gewerkt was positief, waardoor ik kans had op besmetting. Omdat het niet helemaal duidelijk was, heb ik me twee keer laten testen. Dus twee keer zo’n akelig staafje in je neus. Gelukkig beide keren negatief. Door de quarantaine kon ik het tweede deel van een training niet volgen. De week daarvoor had ik het eerste deel gevolgd en die was super. Veel geleerd, mooie inzichten en ik had zin in de tweede dag.

Eenmaal uit quarantaine, kon ik meteen door naar de huisarts. Mijn vinger was ontstoken. Ik had er al een paar dagen last van, maar het werd steeds erger. Rood, dik en een flinke druk. Dus vinger in het verband en 24 uur nathouden. Dat hielp verder niets, behalve dat ik daarna een geweekte vinger had, die net zo uitzag als Maarten van der Weijden, na zijn elfstedenzwemtocht. Ik had koorts en moest antibiotica slikken. Het duurde een hele week (!) voordat de ontsteking eindelijk open gesneden kon worden. Wat een opluchting.

Op het werk moesten ad-hoc diensten ingevuld worden. Waardoor ik een dagdienst draaide en een slaapdienst daar achteraan. Waarin ik maar 3,5 uur sliep en de dag daarna moe was en de dag daarna ook nog steeds een beetje. Maar met lieve collega’s, wat veel goedmaakt.

Het was niet zo’n leuke week. Leuke dingen afgezegd, last van m’n vinger en vooral heel onhandig. Je kunt niet alles doen wat je wilt. Maar ondanks dat het een ‘bleh’-week was, waren er ook wel fijne momenten. Lekker op de bank en een serie bingewatchen. Heerlijk wandelen met het hondje. Asperges eten. Blij zijn met mezelf dat ik wat blogs op voorraad had, zodat ik niet hoefde te typen met mijn pijnlijke vinger. Een ijsje eten op het balkon in de zon. Voor de eerste keer gevulde koeken gebakken, erg lekker! Een ochtend lekker lang uitslapen. Mijn haren geknipt bij de kapper. Nieuwe boeken gehaald bij de bieb, die eindelijk weer open is.

Je hoeft niet de hele dag gelukkig te zijn, als je maar iedere dag gelukkig bent. Al is het maar met kleine dingetjes.

Welk genietmomentje had jij afgelopen week?

Tiny droomhuis

Laatst vroeg iemand die ik een aantal jaar niet had gesproken, of ik nog in Brunssum woonde of inmiddels in een Tiny House. Het was mijn grote droom om klein te wonen. Ik heb verschillende huisjes bekeken, informatie opgezocht en volgde ‘Marjolein in het klein’ en haar avonturen. Marjolein heeft als eerste legaal een Tiny House gebouwd en geplaatst in Nederland, waar ze al vijf jaar heel gelukkig woont. Haar huisje staat nu te koop! Mijn droomhuis heeft inmiddels een andere vorm aangenomen, maar ik kon het niet laten om toch even te kijken wat de vraagprijs is.

Toen ik droomde over een tiny house verlangde ik naar meer rust in mijn leven. Dat had niets met mijn manier van wonen te maken, maar daar zag ik wel de oplossing liggen. Simpel en eenvoudig leven maakt gelukkig. Daar ben ik nog altijd van overtuigd. Een tiny house kenmerkte voor mij dat simpele, gelukkige leven.

Een paar jaar geleden gooide ik mijn leven om. Mijn leven werd simpeler en ik werd gelukkiger. Ik ging op reis, genoot van alle ervaringen en andere culturen. Ik merkte dat ik niet veel nodig had en zag hoe mensen in andere landen simpel leven. Zonder hoge werkdruk en stress, zonder de nieuwste spullen, in eenvoudige huizen.

Weer thuis wilde ik dat vasthouden. Ik werkte hard, maar was wel klaar als ik naar huis ging. Ik ging in een klein appartementje wonen en deed alles op mijn fiets. Ik werkte om te kunnen reizen en genoot van mijn vrijheid.

Het ene werk ruilde ik in voor het ander, waardoor ik ook meer tijd kreeg voor familie en vrienden. Niet meer iedere avond en ieder weekend werken. Dat werk ruilde ik later weer in voor werk waar ik veel voldoening van krijg. Werk waar ik nu heel gelukkig mee ben. Ik ging weer avonden, nachten en weekenden werken. Nu een bewuste keuze, doordat ik 28 uur per week werk en in diensten werk, betekent dat veel vrijheid.

Die vrijheid heb ik nodig. Om mijn eigen ding te doen. Omdat er meer in het leven bestaat dan werken.

Mijn leven is simpel en ik ben gelukkig. Ons droomhuis staat aan de natuur, met een tuin en veel groen. Niet te groot, veel ruimte hebben we niet nodig. Luxer dan een tiny house. Meer ruimte, elektriciteit en stromend water. Maar net zoveel rust.

Benieuwd naar het huisje van Marjolein? Iconisch en uniek Tiny House – TinyFindy

Een half jaar zonder WhatsApp

We staan altijd met elkaar in verbinding, zijn een paar knoppen en ’n wifi-signaal van elkaar verwijderd. Ik vind niet dat dit voor meer verbinding zorgt. Soms juist zelfs minder. Ik hoopte door WhatsApp te verwijderen, meer verbinding te maken met mensen. Door vaker te bellen, of elkaar vaker offline te zien.

In december stuurde ik iedereen een berichtje om te vertellen dat ik WhatsApp ging verwijderen. Ik voelde een enorme druk om overal op te reageren. De vraag is natuurlijk of dat aan WhatsApp ligt, of aan mij. In die 6 maanden heb ik ontdekt dat WhatsApp niet perse de veroorzaker is, maar dat het vooral gaat om hoe ik ermee omga.

Meer offline verbinding maken is deels gelukt. Voor mijn verjaardag heeft iedereen mij gebeld in plaats van een appje te sturen. Vond ik superleuk! Ik heb me heel jarig gevoeld. Ik bel ook vaker met mijn moeder, als ik even iets moet vragen. Voorheen stuurde ik een appje en kreeg ik antwoord. Nu krijg ik ook antwoord, maar kletsen we daarna gezellig over van alles.

Deels is het ook niet gelukt. Als je WhatsApp verwijdert, zijn er andere mogelijkheden om tekstberichten te ontvangen. Via sms, via Instagram, via mail. Nu merk ik zelf wel een verschil in deze berichten. Ik voel zelf minder druk om meteen te antwoorden. Ik vergeet het ook sneller, waardoor ik ook pas laat antwoord.

Ik heb meer rust ervaren de afgelopen tijd. Ik heb ook dingen gemist. Soms was het juist onpraktisch om geen WhatsApp te hebben. Toen we een moederdagverrassing wilde plannen met alle zusjes, ging alles via de mail. Niet iedereen reageerde via ‘allen beantwoorden’, waardoor er wat miscommunicatie ontstond. Omdat je met z’n vieren iets wilt afspreken, valt de optie van bellen ook weg. Het kostte meer tijd en moeite dan wanneer we via de app hadden overlegd.

Nu ben ik aan het denken om WhatsApp weer te installeren op mijn telefoon. Hoe stellig ik iets kan brengen, ik vind ook dat je je altijd kunt bedenken. Nieuwe inzichten op doen, dingen ervaren en vervolgens van mening veranderen of terug komen op je besluit.

Wat ik probeerde op te lossen, geen druk ervaren om continu overal op te reageren, is niet opgelost door WhatsApp te verwijderen. Mensen vinden je wel op een andere manier en verwachten daar ook een antwoord van je. Of niet. Ik leg mezelf de druk op door te denken dat het van mij verwacht wordt. Maar ik kan zelf kiezen of ik reageer en wanneer ik reageer. Ik kan er ook voor kiezen om de telefoon te pakken en te bellen. ‘Hey! Ik zag je appje en ik dacht ik bel even.’ Als ik in een groepsapp zit, betekent dat niet dat ik overal op hoef te reageren. Ik hoef me niet aan te passen aan de hoeveelheid berichten die een ander stuurt.

Ik ga proberen om mijn eigen ding te doen. Toch weer aanwezig via WhatsApp, maar zelf vaker bellen in plaats van een berichtje sturen. Niet honderd keer op een dag de app openen (meldingen heb ik standaard uit staan), maar bewust een momentje kiezen om te lezen en te reageren. Bij mezelf nagaan wanneer ik druk voel en dan bedenken dat het niet nodig is.

Benieuwd hoe het me afgaat? Ik ook. Heb jij wel eens last van alle social media meldingen, berichtjes en mailtjes? Als je goede tips hebt om ermee om te gaan, hoor ik ze graag.

Een week genieten

Ik ga niet op vakantie naar een zonnige bestemming om een week op het strand te liggen. Ik ga ook geen lange bergwandelingen maken en genieten van mooie uitzichten. Ik heb geen yogaretraite geboekt om volledig tot rust te komen. Hoe ik dan wel een week ga genieten? Door te letten op de kleine dingetjes.

Op instagram volg ik The LA Minimalist. Ik vind haar denkwijze en de manier waarop zij met dingen omgaat echt heel fijn. Vorige week deelde ze dat ze weinig online was, vanwege haar werk. Ze werkt voor een techbedrijf dat grote events over de hele wereld organiseert. Nu vond er eentje in Europa plaats en gebeurt alles online. Het tijdverschil zorgt ervoor dat ze een ander werkritme heeft, meetings in het midden van de nacht en telefonische ondersteuning om 5u ’s ochtends. Daarnaast is er een hoop druk en stress in de week dat het event plaats vindt.

Aan het eind van die week deelde ze een aantal fijne momenten die ze meemaakte. Momenten waar ze zich niet zo bewust van was. Als je aan haar had gevraagd hoe haar week was geweest, had ze waarschijnlijk geantwoord ‘druk!’. Doordat ze veel foto’s en filmpjes maakt, ontdekte ze dat die week uit meer dan alleen werk had bestaan. Geen grote dingen, maar wel fijne dingen. Momenten die je door zo’n week heen slepen. Op bezoek bij haar broer, eten bij een vriendin, spelen met een 5-jarige. Op ieder filmpje lacht ze. Ze leek er zelf verbaasd over hoeveel plezier ze had gehad.

Het zette me aan het denken. Soms kan ik het gevoel hebben dat ik het druk heb en te weinig tijd voor mezelf of voor leuke dingen heb. Ik denk dat ik niet altijd stil sta bij de vele fijne momenten die er zijn.

Ik wil komende week alle fijne momentjes bijhouden. Misschien schrijf ik ze op, maak ik foto’s of filmpjes. Ik denk er nog even over na wat ik het meest handig vind. Om dan na een week te beseffen dat ik het toch niet zo druk had als gedacht, toch veel tijd voor mezelf of voor leuke dingen had.

Houd jij wel eens bij hoeveel fijne momenten er zijn?

Six word story

Ik legde andermans kind in bed.

Een volledig verhaal in zes woorden. Wat ik mooi vind aan deze korte verhalen is dat je zelf invult. Je verbeelding doet wonderlijke dingen, vult aan en maakt er een heel verhaal van.

Het concept Six Word Story is gebaseerd op het kortste verhaal ooit van Ernest Hemingway. Hij schreef de hartverscheurend tekst: ‘For Sale: Baby shoes. Never worn.‘ Sindsdien is het een literair genre.

Die babyschoentjes kunnen ook gewoon een cadeautje zijn geweest. Zo’n cadeautje wat je eigenlijk niet mooi vindt en dus verkoopt, ongedragen. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom de schoentjes nooit gedragen zijn. Je weet het niet, omdat er zo weinig informatie is. Juist dat vind ik bijzonder aan deze korte verhalen.

Mijn six word story is waargebeurd. Welk verhaal maak jij ervan?

Puber met puistjes

De wereld om je heen werkt niet echt mee. Overal zijn mooie vrouwen te zien, met een egale huid en stralende glimlach. Ik stond er voorheen nooit bij stil dat dit niet de realiteit is, maar vergeleek mezelf wel met deze onrealistische beelden. Om vervolgens heel ongelukkig te zijn met mezelf.

Als jong meisje kreeg ik jeugdpuistjes. Verschrikkelijk vond ik het. Rode vlekken, ontstekingen, puistjes met ‘n wit kopje en mee-eters. Alles deed ik eraan om dit te verbergen. Stikjaloers was ik op meiden om mij heen met een perfect egale huid. Ik probeerde van alles, maar niets hielp. De enige oplossing was om het te bedekken. Met lagen make-up. Ik vond mezelf mooier zo, verstopt achter een laag foundation.

Vorig jaar ben ik ermee gestopt. Niet heel bewust. We hadden twee weken vakantie en in die vrije tijd had ik geen zin om make-up te dragen. Voelde heel fijn en ik raakte gewend aan mijn blote gezicht. Door de zon had ik een lekker kleurtje gekregen. Het voelde goed om alleen nog maar mascara op te doen en een beetje blush op mijn wangen.

Dat jonge meisje met die jeugdpuistjes ben ik al lang niet meer, maar ik heb er wel lang last van gehad. Zelfs nu, op mijn 36e, wilt er af en toe nog ergens een pukkeltje verschijnen. Ik heb veel producten gekocht en gebruikt, ontzettend veel geld uitgegeven aan smeersels en make-up dat van alles belooft, maar weinig waarmaakt. Ik ben bij de schoonheidsspecialiste geweest en bij een huidspecialist. Daar leerde ik steeds beter voor mijn huid te zorgen. Met goede producten. Maar wat ik het hardst nodig had was zelfliefde.

Zelfliefde, acceptatie en een beetje lef. Om zonder make-up de deur uit te gaan, naar mijn werk, naar feestjes, naar leuke-dingen-waar-je-je-voor-optut.

Ik heb er zo’n 20 jaar over gedaan. Waarin ik steeds eerlijker naar mijn eigen huid ging kijken en steeds meer bewust werd van de vertekende beelden in de media. Waarin ik steeds meer leerde wat wel en niet werkte. Waarin ik steeds meer waardering kreeg voor natural beauty in plaats van zwaar opgemaakt. Waarin ik steeds minder vaak geloofde in alles wat ze beloven in reclames. Waarin ik steeds minder make-up ging dragen, totdat ik er helemaal mee stopte. Waarin ik de focus op positieve dingen ging leggen en waarin ik accepteerde dat dit nu eenmaal bij mij hoort.

Blij ben ik, met dat proces en met mezelf. Want ik zie er goed uit, gewoon zoals ik ben.

Foto van Raphael Lovaski via Unsplash   
Dutch Mountain Trail: 101 km door ruig berglandschap

Dat ruige berglandschap ligt gewoon in Zuid-Limburg. In 2019 bedachten de organisatoren van het Dutch Mountain Film Festival de Seven Summits; zeven rondwandelingen naar de Zuid-Limburgse toppen waar je het sterkst kunt ervaren dat je in de bergen bent. Een jaar later was daar de Dutch Mountain Trail. Een wandeltocht van 101 km lang die de Seven Summits met elkaar verbindt. Het is de zwaarste wandeling van Nederland, een route waar het echte berggevoel nooit ver weg is. Snelstromende beken, weides, rotswanden en spectaculaire vergezichten.

Vorig jaar december kwam ik deze route tegen, toen ik zocht naar lange afstandswandelingen. Ik wilde een keer iets anders, een paar dagen wandelen met overnachten. Een soort mini-vakantie. Van dat oorspronkelijke plan is niets meer terecht gekomen, maar we zijn er afgelopen dinsdag wel aan begonnen! Koningsdag bleek een mooi moment om te starten, een vrije dag en heerlijk weer.

Indy is met haar 11 jaar een oud vrouwtje, dus we besloten om onze eigen etappes te maken. We startten in Eygelshoven en liepen tot Bocholtz. Het zou zo’n 16 kilometer zijn. Ik was van de planning, wat er in resulteerde dat de route langer was dan gedacht en we de auto kwijt waren. Ik had de afstand waar we van de route zouden afwijken om richting auto te lopen niet meegerekend. Ook had ik van te voren niet gekeken of we bij ons eindpunt konden parkeren. Ter plekke moesten we zoeken naar ‘n plek om de auto te zetten, wat vrij snel lukte. Alleen hadden we niet echt goed opgelet waar we ‘m achterlieten en er ook niet aan gedacht om even de locatie te pinnen.

Aangekomen op de parkeerplaats van station Eygelshoven, kwamen we al de eerste wandelaars tegen die dezelfde route gingen lopen. Zij liepen door tot Vaals, zo’n 28 kilometer. Na een kort praatje vertrokken zij en niet lang daarna gingen we ze achterna. De route begon al mooi, Indy kon meteen los lopen, wat ze het liefst doet. De eerste bergjes werden beklommen en we hebben genoten van de omgeving. Mooie bossen, veel beekjes en weides met bomen vol bloesem.

Op internet staat dat de route niet is bewegwijzerd, maar er zijn toch blauw-witte markeringen. Niet overal even duidelijk, dus je hebt een route nodig om ervoor te zorgen dat je niet verkeerd loopt. Wij gebruikten de app Komoot, heel handig. Er is ook een boekje te koop waar de route in wordt beschreven. Het stel dat we in het begin van de wandeling tegen kwamen, zagen we later weer. Ze waren ergens verkeerd gelopen, maar blij dat ze weer op het juiste pad zaten.

Bijzonder aan deze dag waren alle praatjes die we gemaakt hebben. We zijn nog twee mannen tegen gekomen, die de route in een keer liepen. Na eventjes gepraat te hebben, gingen we weer verder, de Wilhelminaberg omhoog. Eenmaal op de top viel het een beetje tegen. Ik heb er al vaker gestaan, dus het uitzicht was bekend, maar omdat ze er aan het werken zijn was het een grote zandvlakte. We wilden daar eigenlijk pauzeren, maar besloten om toch maar verder te lopen en een fijner plekje te zoeken.

Zodra er water is begint Indy harder te lopen en als het eventjes kan, staat ze erin. Fijn om even af te koelen en wat te drinken, terwijl wij op het bruggetje zaten. Een man en vrouw die een route van 10 kilometer liepen, zaten verderop op het bankje. Later raakten we aan de praat, omdat ze erg moesten lachen om Indy die te enthousiast het water in ging.

Als je vraagt waarover we gesproken hebben, dan weet ik dat niet meer zo goed. Over de route, het weer, algemeenheden. Niet direct noemenswaardig, maar toch was het heel fijn, een gezellige onderbreking van de wandeling. Een gesprek dat ik me wel precies kan herinneren is met een broer en zus die we ontmoetten doordat hun hondje op ons kwam afgerend. Ze vertelden dat ze eventjes naar buiten moesten, uitwaaien en afschakelen. Ze zaten middenin het geregel van de begrafenis van hun broer, waar ze over twee dagen afscheid zouden nemen. Ze vertelden over hem, over hun leven, over hun liefde en hun zorgen. Mooi dat we zoveel te horen kregen, terwijl we niet eens weten hoe ze heten. Soms is het fijn om aan willekeurige vreemden je hart een beetje te kunnen luchten. Lieve mensen met een groot verdriet.

We vertrokken in de ochtend en kwamen in de avond weer thuis. We nemen de tijd, we staan stil en bewonderen, leggen vast op foto. Stoppen om in beekjes te spelen en stokken te gooien. Drinken een kopje thee, lezen borden en nemen tijd voor mensen die we tegenkomen en voor onszelf. Zo’n dag met een gouden randje.

Je onzichtbare to-do-lijst

Ik denk dat bijna iedereen er wel eentje heeft, een to-do-lijst. Soms ellenlang, soms heel kort, ongeorganiseerd of juist op volgorde in mate van belangrijkheid. Op een papiertje, in je agenda of via een app op je telefoon. Er zijn namelijk altijd dingen die je moet doen. Heb je ze niet daadwerkelijk op een lijst staan, dan heb je ze wel in je hoofd.

Behalve deze to-do-lijst, bestaat er ook zoiets als een onzichtbare to-do-lijst. Ik kwam deze term tegen in een Facebookgroep over minimalisme en was gelijk nieuwsgierig. Na even googlen, kwam ik erachter wat ermee bedoeld wordt. Als je trouwens zelf wilt zoeken, dan zie je dat deze term ook gebruik wordt voor ‘mentale last’. Die onzichtbare taken die, vaak moeders, uitvoeren. Bijhouden wanneer iemand jarig is, op tijd een cadeautje kopen, weten wanneer een studiedag is, nadenken wanneer de keuken weer grondig gepoetst moet worden, van die dingen. Ook een interessant onderwerp! In dit geval gaat het over alle spullen die je bezit en die je iets vertellen.

Als je nu thuis bent, kijk eens rond. Kijk naar alle spullen om je heen. Deze spullen vertellen je iets. Je plant vertelt dat ze water wilt. Het vloerkleed wilt graag gestofzuigd worden. De afwas graag opgeruimd. De foto in het lijstje wilt graag gewisseld worden en de stoelpoot wilt graag een nieuw anti-kras-vilt onder de poot. De stapel tijdschriften wilt graag gelezen worden en het biebboek wilt teruggebracht worden.

Hoe meer spullen je hebt, hoe langer je onzichtbare to-do-lijst is. Je hebt meer om te onderhouden, schoon te maken, te repareren. Hoe minder je hebt, hoe minder tijd je kwijt bent aan deze klusjes. Niet alle taken op deze onzichtbare lijst zijn vervelend, maar ze kunnen wel aanvoelen als iets dat je moet doen, bovenop alles wat op je fysieke to-do-lijst staat.

Minimalistisch leven staat voor simpeler leven, eenvoudiger. Minder spullen draagt daar aan bij, omdat je minder tijd bezig bent met deze spullen. Je houdt meer tijd over om lekker te lezen bijvoorbeeld, of tegen je plant te praten.

Meer lezen? Fumio Sasaki schreef het boek ‘Vaaarwel spullen’.

Op mijn onzichtbare to-do-lijst staat momenteel de groencontainer schoonmaken en de plant verpotten. Wat staat op die van jou?

Foto van Spacejoy via Unsplash   
Als ik denk dat ik het niet kan, lukt het ook niet

We hebben ze allemaal, overtuigingen over onszelf waar we in zijn gaan geloven. Wat vertel jij (over) jezelf? Welk verhaal is jouw waarheid geworden?

Ik begin wel. Ik kan niet goed koken. Ik heb geen groene vingers. Ik ben niet creatief.

Alle drie zijn ze negatief, hoefde ik niet langer dan 3 seconden over na te denken. Mijn positieve overtuigingen over mijzelf schieten me iets minder snel te binnen. Wanneer ze negatief zijn, zijn het belemmerende overtuigingen. Het houdt je tegen om iets te doen, of iets uit te proberen. Het is ook een makkelijk excuus voor jezelf om ergens niet aan te willen werken. In mijn geval komen deze overtuigingen voort uit de vergelijking die ik maak met anderen.

Ik kan niet goed koken

Ik vertelde het gisteren nog tegen een collega. Eigenlijk kan ik wel goed koken. Het is maar net wat je definitie van ‘goed koken’ is. Ik weet precies hoe gaar broccoli moet zijn, kan heel goed aardappeltjes bakken en heb een aantal recepten die ik regelmatig maak die heel lekker zijn. Wat ik moeilijk vind is om te bepalen hoeveel kruiden ik ergens in moet doen, of wat een gerecht nodig heeft als de smaak nog niet helemaal is zoals die zou moeten zijn. Ik vind het heel fijn om te koken volgens een recept. Zo weet ik precies wat erin moet en wat ik moet doen. Terwijl ik zo’n recept altijd weer aanpas, ik doe er meestal meer kruiden in (vind ik lekker) en ik wissel bepaalde ingrediënten om voor andere. Ik heb veel geleerd en veel uitgeprobeerd de afgelopen jaren. De overtuiging dat ik niet goed kan koken, moet hoognodig bijgesteld worden.

Ik heb geen groene vingers

Mijn huisje staat vol met planten en ik heb al heel wat stekjes cadeau gegeven aan anderen. Ooit liet ik planten doodgaan. Ik hield mezelf voor dat ik een bloemenmens ben. Die mogen na een week namelijk hun kopje laten hangen. Hoef je je niet schuldig over te voelen, je koopt gewoon weer een nieuw bosje. Toen ik naar mijn huidige appartement verhuisde wilde ik graag planten. Ik hou van groen, maar iedere week een bos bloemen was te duur. Een plant loste dat probleem op. Ik kreeg een cadeaubon van een groepje vriendinnen en kocht een hele mooie plant en pot. Drie jaar geleden en de plant staat nog steeds. Ik heb haar al een paar keer verpot en een stekje aan mijn schoonmoeder gegeven. Van een vriendin kreeg ik een pannenkoekplantje. Ieniemienie, maar inmiddels uitgegroeid tot twee grote planten. Sommige planten heb ik weg moeten geven omdat ze te goed groeiden. Zo heeft mijn zus een plant geadopteerd, die te groot werd voor in ons huisje. Mijn vingers zijn heel groen. Ik google wel altijd alles en probeer vooral heel veel uit, op gevoel.

Ik ben niet creatief

Als kind van een creatieve moeder, zou je denken dat het in mijn genen zit. Wij hadden vroeger altijd het plastic tafelkleed op tafel liggen. Klaar om te knutselen. De tafel lekker vol met allerlei materiaal. Het komt regelmatig voor dat ik even bij mijn ouders binnenloop en mijn moeder aantref in de keuken, tussen allerlei materiaal, in een georganiseerde chaos. Dan maakt ze een mooi bloemstuk, een prachtige taart of maakt ze van verschillende lapjes stof een speeldeken.

Mijn oudste zus heeft dat gen wel. Zij heeft haar eigen webshop met zelfgemaakte spulletjes. Leuke dingen voor in huis, of kleine cadeautjes om te geven. Ik heb het echt geprobeerd. Ik heb een sjaal gebreid, waar ik voor elk foutje naar mijn moeder ging om hulp te vragen. Uiteindelijk gaf ik ‘t op en heeft zij mijn sjaal afgebreid. Ik vind creatief bezig zijn altijd leuk en heb daar vooral een geromantiseerd beeld bij. Waarschijnlijk omdat mijn moeder altijd zo gelukkig is, als ze zo lekker bezig is. Zelf ben ik meer gefrustreerd. Omdat het nooit lukt zoals ik het in mijn hoofd heb.

Creatief bezig zijn kan natuurlijk ook anders. Schrijven is creatief, lekkere dingen bakken is creatief (vind ik erg leuk om te doen, je moet vooral mijn appeltaart eens proeven of mijn tartelettes met smeuïge caramel en chocolade). Ik ben niet op dezelfde manier creatief als mijn moeder, maar ik doe mezelf geen recht om me daarmee te vergelijken.

Wat jouw belemmerende overtuigingen ook zijn, laat ze niet in de weg zitten. Als je vindt dat je iets niet kunt, doe het toch. Probeer het uit. Misluk en leer, volgende keer beter. Sta er af en toe eens bij stil. Wat vertel jij jezelf, wat misschien niet meer klopt? Ik ga vaker zeggen dat ik wel kan koken, creatief ben en groene vingers heb.

Foto van Loes Klinker via Unsplash   
Ik doe het morgen wel

Het is dinsdagavond, 21.30 uur. Ik had natuurlijk veel eerder kunnen beginnen. Net zoals de afgelopen paar keer typ ik op het allerlaatste moment mijn blog. Werkt eigenlijk prima. Ik presteer goed onder de druk van een deadline, ook als ik deze mijzelf op leg. Maar toch had ik nu liever op de bank gezeten, voetjes hoog en Netflix aan.

Ik ben goed in uitstellen. Alles kan altijd later, morgen, einde van de week of ooit. Als ik dan tegen zo’n deadline aanloop, ben ik ineens heel productief. Maar ook een beetje gestrest. Het is geen gebrek aan tijd. Juist het tegenovergestelde. Als ik het gevoel heb dat ik veel vrije tijd heb, ga ik uitstellen. Omdat het vandaag niet af moet, kan het ook morgen. Heb ik juist een drukke, volgeplande week, dan ga ik mijn tijd beter plannen. Waardoor ik die taakjes die ik moet doen niet doorschuif, maar gewoon even afmaak.

Uitstelgedrag komt bij heel veel mensen voor. In de meeste gevallen is daar heel goed mee te leven en heeft niemand daar last van, behalve waarschijnlijk jijzelf. Op internet zijn honderden tips te lezen over hoe je kunt omgaan met je uitstelgedrag. Vaak heel praktische oplossingen, die alleen werken als je ze ook uitvoert. Je grote taak opdelen in kleine, overzichtelijke taken. Beginnen met hetgeen waar je het meest tegenop ziet. Werken met een bepaalde tijd waarop je je concentreert, bijvoorbeeld 20 minuten, daarna even pauze.

Veel van die tips gaan ervan uit dat je al bezig bent. Mijn tactiek is soms ook de struisvogel. Kop in ‘t zand en doen alsof ‘t er niet is. Daar zijn niet zoveel tips voor te vinden. Een hele tijd terug heb ik een boek gelezen over uitstelgedrag. Heel interessant en herkenbaar. De schrijver ging dieper dan alleen maar tips over hoe je je werk moet aanpakken. Dat kan ik namelijk wel. Hij legde haarfijn uit waarom we uitstellen, aan de hand van een olifant en een hamster. Ik heb erg moeten lachen en herkende mezelf hierin.

Dat boek lezen heeft dus niet gewerkt. Anders zat ik hier nu niet, laat in de avond achter de laptop. Behalve beseffen waar je uitstelgedrag vandaan komt, is daarna de belangrijke stap om goede gewoontes te creëren. Hij heeft daar een mooie methode voor, waarmee ik aan de slag ben gegaan. Maar eigenwijs als ik ben, doe ik de dingen meestal op mijn eigen manier. Ik combineer wat ik lees en leer en geef er mijn eigen draai aan. Wat niet altijd werkt, om heel eerlijk te zijn.

Het voelt als een goed moment om zijn boek nog eens te lezen en de methode weer op te pakken. Misschien dat ik deze morgen reserveer bij de bieb, of misschien wel volgende week!

Wat stel jij wel eens uit tot morgen?

Het boek waar ik over schrijf heet ‘Een einde aan uitstelgedrag’ van Petr Ludwig.

Foto van Cathryn Lavery via Unsplash   
Poetsprinses & opruimfanaat

Wij doen wel eens wedstrijdje wie het meest in de prullenbak kan stoppen voordat de deksel écht niet meer dicht gaat. Of verspringen over de stapeltjes was die ik twee dagen geleden had uitgezocht om te wassen. Hink-stap-sprong over tassen, lege flessen en oud papier in het halletje dat eindeloos wacht om naar de kelder gebracht te worden.

Ik hoop dat iedereen die samenwoont dit herkent (zodat ik niet de enige ben). Taken en klusjes uitstellen in de hoop dat de ander ze als eerst doet. Soms werkt ‘t, vaak ook niet. En als je het dan eindelijk doet, verzucht je waarom je ‘t niet eerder had gedaan. Vooral omdat het alleen maar erger wordt als het zich opstapelt.

Over het algemeen ben ik best opgeruimd, vind ik het fijn om mijn huis opgeruimd te hebben, doe ik meteen de afwas nadat we gegeten hebben en breng ik lege flessen meteen naar de kelder. Maar af en toe heb ik zo’n paar dagen achter elkaar dat ik nergens zin heb. Dan laat ik de afwas staan, totdat we geen bord meer in de kast hebben staan. Dan blijft de was drie dagen op het wasrek hangen, voordat ik deze opvouw.

Ineens ben ik er dan weer klaar mee; dan komt de poetsprinses in mij naar boven en ga ik fanatiek aan de slag. Ik neem me dan ook altijd voor om het gewoon weer bij te houden. Alle kleine klusjes zijn namelijk zo gepiept. Meestal hebben we zo’n opruimronde samen, wel zo gemakkelijk. Dan verdelen we de taken en ploffen daarna gelukzalig op de bank.

We hebben onze huishoudelijke taken goed verdeeld, we zijn er in ieder geval beide tevreden mee en hebben ‘t er zo af en toe ook over. Gewoon even checken of ‘t voor ons allebei nog oké is. Ook al is ‘t verdeeld, we helpen elkaar ook. Ik help met koken (niet mijn taak) en Ruth helpt met poetsen (niet haar taak).

Soms zijn er ook irritaties. Waarom er nu alweer sokken in de gang liggen, wanneer de boodschappentas eindelijk wordt opgeruimd en dat ik de laatste drie keer al heb gestofzuigd, dus dat het nu echt haar beurt is.

Op Instagram volg ik The LA Minimalist. Zij leeft minimalistisch en is heel bewust met wat ze zelf denkt en hoe ze dingen aanpakt. Soms echt een eyeopener om haar berichtjes te zien. Zo vertelt ze dat ze geïrriteerd is over een sok die op de grond ligt, die niet van haar is. Er zijn twee keuzes: – ruim de sok op (om er geen last meer van te hebben), – ruim de sok niet op (maar zorg er dan voor dat je er geen last van hebt). Klinkt heel simpel. Maar eerlijk als ze is, vertelt ze dat er ook andere opties zijn. De sok opruimen, maar het vervelend vinden dat je dat doet. De sok laten liggen, maar je ergeren totdat iemand anders deze opruimt. De sok laten liggen, vooral niets zeggen en kijken hoe lang het duurt totdat de ander ‘m opruimt. De hele tijd nadenken over hoe vaak je al sokken hebt opgeruimd die niet van jou zijn.

In het eerste geval ben je best oké. Je ruimt ‘m op of niet, maar je hebt er geen last meer van. In het tweede geval ruim je ‘m ook op of niet, maar je hebt er wel nog steeds last van. Het blijft in je gedachten en je voelt je niet oké. Het gaat natuurlijk niet alleen maar om die sok. Het gaat om hoe jij je voelt en hoe je iets kleins je kunt laten beheersen. We willen allemaal een fijne dag hebben, ons goed voelen. We hebben daar heel vaak zelf een keus in.

Als ik al drie keer heb gestofzuigd en ik vind dat het nu echt haar taak is, dan houd ik een score bij. Als ik dat doe, dan ben ik niet op mijn gelukkigst. Dan ben ik gefrustreerd, geïrriteerd en niet blij. Dan weet ik ook dat ik niet eerlijk kijk naar wat de ander wel allemaal doet. Want misschien heeft Ruth dan de afgelopen keren niet gestofzuigd, ze heeft wel ontbijt, lunch en avondeten gemaakt. Ze heeft wel de was gedaan en boodschappen gehaald.

Als het nu werkelijk heel oneerlijk verdeeld is, dan is het vooral tijd om erover te praten. Bij ons is het meestal een gevalletje van ‘uit je hummetje zijn’ en dat afreageren op de liefste persoon om je heen. Dus de volgende keer dat ik die sok zie liggen, denk ik iets langer na over welke keuzes ik heb. Wil ik echt moeilijk doen over die sok? Of raap ik ‘m op en gooi ‘m in de wasmand, wetend dat mijn sokken ook wel eens door de ander worden opgeruimd?

Ben jij tevreden over de taakverdeling? Van je werk, tot de boodschappen, kadootjes voor familie, kinderfeestjes en de auto die door de APK moet: de ellenlange to-do-lijst in je hoofd gaat maar door. ‘Mentale last’ wordt dat ook wel genoemd. Door inzichtelijk te maken welke taken er allemaal liggen en deze eerlijk te verdelen wordt het voor iedereen een beetje leuker. Check hier je taakverdeling (WOMEN Inc).

Foto van Jonathan Francisca via Unsplash   

Haal gewoon adem, verdorie!

Zo begint het vierde hoofdstuk uit het boek van Wim Hof. Als iemand die altijd moeite heeft met ademhalen, sprak me dit wel aan.

Tuurlijk, ik adem natuurlijk gewoon de hele dag door. Gaat me best makkelijk af. Maar bewust ademhalen vind ik erg lastig. Ik heb moeite met ademhalen als ik zing. Ik zing lekker vals, dus dit doe ik voornamelijk in de auto of als ik alleen thuis ben. Want ondanks dat het niet klinkt, vind ik het wel heel leuk om met mijn favoriete liedjes mee te zingen. Maar ergens halverwege het 2e couplet raak ik buiten adem.

Wanneer ik hardloop heb ik soms ook moeite om mijn ademhaling onder controle te krijgen. Mijn trainer heeft me een keer oefeningen gegeven om dit te verbeteren. Mijn adem blijft dan heel hoog zitten, in mijn borst. Terwijl je liever diep ademhaalt, tot in je buik.

Ook mediteren vind ik lastig. Tijdens de Miracle Morning (waar ik hier al eerder over schreef) deed ik altijd een meditatie. Meestal een geleide, omdat ik dat makkelijker vind. Wanneer dan iemand zegt dat ik moet in- en uitademen krijg ik altijd stress. Niet de bedoeling van mediteren. Ik krijg het ritme niet gevolgd, denk dat ik het niet goed doe, raak afgeleid en voel dat mijn adem heel hoog blijft zitten.

Nu lees ik het boek van Wim Hof en hij vertelt over een ademhalingsoefening die vrij eenvoudig uit te voeren is. ‘Denk er niet te veel over na, adem gewoon in.’ Ik heb het geprobeerd en heb nog nooit zo eenvoudig bewust adem gehaald. Verder in het boek zegt hij iets waar ik om moest lachen toen ik het las:

‘Mensen komen met dit soort vragen naar me toe: ‘Moet ik door mijn neus ademen?’ of ‘Hoe zit het nu precies met het middenrif?’ en dan zeg ik gewoon: ‘Je moet verdomme gewoon ademhalen! Je moet niet denken, maar het gewoon doen! Diep je longen in!”

Daar lag ik dan, comfortabel op bed. Benieuwd om zijn oefening uit te voeren. Ik ademde gewoon. In door mijn neus, uit door mijn neus. Ondertussen tellen tot 30. Me niet druk maken om mijn ademhaling. Niet nadenken of ik een goed ritme had, of mijn ademhaling wel diep genoeg was. Gewoon ademhalen.

Inmiddels heb ik nu al een aantal dagen deze ademhalingsoefening uitgevoerd. Voelt heel fijn. Volgens Wim ga ik de positieve effecten ervan zeker merken. Ik merk nu al wat. Ik heb mijzelf in ieder geval al verbaasd. Ademen is niet zo moeilijk, je moet het verdomme gewoon doen!

Foto van Max van den Oetelaar via Unsplash   
Een lang leven

We stopten omdat ze voorrang had. Een vrouw met haar kleine hondje. Ze gebaarde dat het niet zo snel ging en wees omlaag. Als eerste zagen we de dikke buik, daaronder vier pootjes en het kwispelstaartje. We gebaren terug; ‘dikke buik’, met een brede glimlach omdat we dachten dat er puppy’s onderweg waren. Zodra ze voor de auto langs zijn, rijden we een stukje door. Ruth stopt en rolt het raam omlaag. Het hondje blijkt al oud te zijn. De dikke buik komt door een tumor en vocht. Het is fijn om even met de vrouw te praten. We wensen haar sterkte en vervolgen onze weg. Het hondje kwispelt vrolijk en tippelt rustig verder.

Wanneer je regelmatig een praatje maakt met vreemden, leef je langer. Ik bekeek de TedTalk van Susan Pinker, een psycholoog die benieuwd was waarom vrouwen langer leven dan mannen. Tijdens haar praatje vertelt ze over Sardinië, waar mannen en vrouwen ouder dan 100 worden. In het dorp waar zij wonen, staan de huizen dicht op elkaar. Verbonden door smalle steegjes en het dorpsplein. Je komt altijd iemand tegen.

In een onderzoek dat uitgevoerd is, laat ze zien wat het belangrijkste is waardoor mensen oud worden. Ze heeft een top 10, die mij verbaast. Gezond eten en bewegen telt mee, maar staat vrij laag in de top tien. Op nummer 2 staat ‘close relationships’. Dit zijn de mensen waar je altijd op kunt terugvallen.

Op nummer 1 staat ‘social integration’. Hiermee wordt bedoeld het aantal mensen waarmee je interacteert als je door je dag gaat. Niet alleen de mensen waarmee je een sterke band hebt, maar ook de buurman, de vrouw die de hond uit laat, het kind dat op straat speelt, de persoon achter je in de rij voor de kassa, willekeurige vreemden.

Het heeft te maken wat in je hersenen gebeurt, wanneer je met iemand contact maakt. Ik herken wel wat ze zegt. Het is vaak leuk om een praatje te maken met willekeurige vreemden. Een blijmakertje, wat zorgt voor goede stoffen in je hersenen.

Uit mezelf maak ik minder snel een praatje met vreemden. Ruth doet dit juist wel. Verschil in persoonlijkheid. Zij komt altijd met mensen in aanraking en heeft ook altijd iets om over te vertellen. Ik ben meer van de praktische communicatie, koetjes en kalfjes hoeft niet zo. Maar daarmee ga ik dus niet zo oud worden. Misschien toch eens vaker een praatje aanknopen over het weer, wanneer ik iemand tegenkom. Dan word ik misschien wel 100!

Knoop jij vaak een praatje aan, als je iemand tegenkomt?

Foto van Ekaterina Shakharova via Unsplash   

Niets missen?

Jezelf overstijgen

Ik hap naar adem. Mijn huid tintelt. Ik kijk naar de secondes die voor mijn gevoel veel te langzaam wegtikken. Waarom deed ik dit ook alweer?

Een doordeweekse dag in februari. De temperatuur komt al een paar dagen niet boven het nulpunt. We maken een wandeling op de Brunssummerheide, waar een flink pak ijs op de Rode Beek ligt. We gooien een stok en Indy gaat met haar pootjes in het water. Verderop spelen kinderen, glijden over het ijs, gillen van plezier. Twee jonge mannen maken een wak. Even later zitten ze er in. Tot hun nek in het ijskoude water. Ik kan niet blijven stoppen met kijken. Dat wil ik ook!

Ik hou er van als mensen stoere dingen doen. Bergen beklimmen, ultramarathons lopen, lange afstanden wandelen. Ik lees erover en raak onder de indruk. Nu lees ik over ‘The Iceman’, Wim Hof. Hoe hij tegen de kou kan en al het goede wat hieruit voortkomt. Ik ben bij bladzijde 58 en begonnen met zijn WHM-protocol: blootstelling aan kou voor beginners. Deze week, aan het einde van iedere douchebeurt, douche ik 30 seconden met koud water.

Het herinnert mij aan een oud-collega. Zij douchte zich iedere ochtend met koud water. De vrouw had een tomeloze energie! Of het niet koud was, vroeg ik haar eens. Ik kon me niet voorstellen dat iemand voor z’n plezier een koude douche neemt.

Zo kon ik ook niet begrijpen dat een jongen uit mijn klas het nooit koud had. Hij droeg altijd een t-shirt en ging het liefst zonder jas naar buiten. Zelfs in de winter als het écht heel koud was. Nu ben ik nooit zo’n juf geweest die zich druk maakte of de kids hun jas aandeden of niet. In groep 8 vond ik ze groot genoeg om dat zelf te beslissen. Aan hem heb ik toch regelmatig gevraagd of hij niet zijn jas aan moest doen. Ik ben benieuwd of hij nog steeds zonder jas loopt, of hij ook koude douches neemt of misschien zelfs aan winterdippen doet. Het zou me niets verbazen.

Ondertussen begrijp ik ze beter. Ik begin met koud douchen, benieuwd wat me dat brengt.

Douche jij wel eens koud?

Foto van Chandler Cruttenden via Unsplash   
De controle terugnemen | 10 tips om minder op je telefoon te zitten

Bij mij was het geen plotselinge ommekeer, geen aha-moment waarin ik het licht zag. Het ging heel geleidelijk. Niet omdat ik ‘n documentaire keek, of omdat het hip is om bewust te leven. Ik had er zelf last van. Door kleine aanpassingen te maken, ervaarde ik meer rust. Van die rust wilde ik meer. Ik bleef aanpassingen maken, soms zelfs hele grote.

Vorige week schreef ik in dit artikel al dat ik nog altijd de juiste balans zoek. Het is net als gezond eten, ik weet dat het goed voor me is, maar ik ben gewoon gek op chocolade. Ook daarin vind ik niet altijd de balans. Dan gaat in een keer een hele chocoladereep op. Net zoals ik nu weer te vaak mijn telefoon pak.

Ik vind mijn telefoon geweldig. Ik maak mooie foto’s, heb fijne gesprekken met vriendinnen, houd m’n financiën bij, draai mijn favoriete liedjes, bestel boeken bij de bibliotheek en krijg een wereld aan informatie binnen. Ik zou absoluut niet meer zonder mijn telefoon willen. Maar ik zou wel graag zonder mijn telefoon kunnen.

Wat ik fijn zou vinden is om mijn telefoon te gebruiken wanneer ik dat wil. Niet omdat ik me verveel, een loos momentje heb, of gewoon uit automatisme. Maar wanneer ik het écht wil. Er bewust voor kies.

Om het mezelf makkelijker te maken heb ik een aantal dingen aangepast aan mijn telefoon:

  • notificatiemeldingen uitschakelen

Ik heb al mijn meldingen uitgeschakeld. Het begon met mijn telefoon op stil zetten, maar dan hoorde ik zelfs niet meer als ik gebeld werd. Ik zag nog steeds alle bolletjes bij de apps staan, die me vertelden hoeveel gesprekken, mailtjes en facebookmeldingen ik had gemist.

Door je notificaties allemaal uit te schakelen zie je deze meldingen niet meer. Er komt geen signaal binnen, geen trilling, geen piepje. Je kunt natuurlijk zelf kiezen welke notificaties je wel en niet uitschakelt. Maar als je heel eerlijk bent naar jezelf: wat is zo belangrijk dat niet tot later kan wachten?

  • donkere modus

Een donkere modus is beter voor je ogen. Ik vind de donkere modus vooral rustiger en dat is precies wat ik fijn vind. Een donkere modus kun je heel eenvoudig aanzetten op je telefoon. Toen deze functie nog niet standaard op mijn telefoon stond, gebruikte ik een app dat zorgde voor een donker thema. Alles wat eerst wit was, wordt nu zwart. Even wennen, maar heel fijn.

  • saaie achtergrond

Ik wisselde regelmatig van foto’s op mijn telefoon. Een mooie foto van m’n reis als de telefoon vergrendeld is, een schattige foto van mijn neefjes als ik mijn telefoon ontgrendelde. Nu heb ik een zwarte achtergrond. Niets leuks aan, precies de bedoeling.

Google op ‘zwarte achtergrond’ en download de afbeelding die helemaal zwart is en stel deze in als je beginscherm en je achtergrondscherm.

  • verwijder apps

Als je teveel tijd doorbrengt op Instagram, Facebook of ‘n andere app, verwijder deze dan. Is niet zo leuk in het begin, maar werkt wel. Ik keek op FB of Insta via de laptop. Misschien een keer per 2 dagen. Is nogal een gedoe om daarvoor iedere keer de laptop te pakken. Na die twee dagen blijkt dat je helemaal niet zoveel gemist hebt.

Denk vooral niet dat je het aankunt om ze weer op je telefoon te installeren. Die fout maakte ik en ik zit er nu weer veel te vaak op. Het werkt gewoon verslavend.

Verwijder ook apps die je niet zoveel gebruikt. Tegenwoordig kun je voor alles wel een app downloaden, maar vraag je af of je ze echt nodig hebt. Houd je telefoon simpel.

  • een simpel beginscherm

Plaats alleen de apps op je beginscherm die je graag gebruikt en waar je makkelijk toegang tot wilt hebben. Bij mij is dat telefoon, agenda, chrome, klok en camera. Werkt ook niet verslavend. Ik zit nooit doelloos naar de tijd te kijken via de klok, of eindeloos mijn agenda door te bladeren.

  • verstop je apps

Apps die ik minder vaak gebruik of die verslavend werken heb ik iets verder weg gestopt. Op mijn tweede scherm heb ik mapjes gemaakt en daar een onderverdeling gemaakt die voor mij logisch is. Ik heb maar vier mapjes, waarvan een mapje volstaat met ongebruikte apps die ik niet kan verwijderen (zitten standaard op mijn telefoon, maar gebruik ik niet).

De leukste apps springen hierdoor minder in het oog, wat alleen maar goed is. Laatst las ik ergens de tip dat je regelmatig je apps moet verplaatsen. Je weet namelijk blindelings je apps te vinden, niet iets wat je graag wilt als je bewust wilt omgaan met je telefoon. Door ze regelmatig te verplaatsen, moet je ze bewust zoeken, wat voorkomt dat je doelloos gaat scrollen.

  • koppel niet al je apparaten aan je smartphone

Je kunt alles koppelen aan je telefoon. Je tv, lampen, thermostaat, airco, radiosysteem, sporthorloge en airfryer. Oke, die laatste weet ik eigenlijk niet. Misschien wel handig dat je telefoon piept als je frietjes klaar zijn.

Ik heb zelf mijn Sonosbox en mijn Hue lamp gekoppeld. De sonos vind ik niet zo erg, handig om via Deezer liedjes te zoeken en meteen af te laten spelen. Wat ik vooral fijn vind is dat ik ‘m gewoon aan en uit kan zetten met ‘n druk op de knop. Daar hoef ik mijn telefoon niet voor te gebruiken. Ik krijg dan de speellijst te horen die ik als laatste heb geluisterd. De lamp vind ik wel vervelend. Deze moet ik altijd aan- en uitzetten via mijn telefoon. Daar moet ik dan ook nog de bluetooth en locatievoorzieningen voor aanzetten, iets wat ik standaard uit heb staan. Ik mis ‘n knopje op de lamp waarmee ik ‘m uit kan zetten.

  • leg je telefoon ver weg

Wanneer die niet in de buurt ligt, is de verleiding ook minder groot. Wat ook kan helpen is om je schermtijd in te stellen. Zo kun je bijvoorbeeld aangeven dat je na 20u niet meer op je telefoon kan. Of dat je maximaal 1 uur per dag een bepaalde app kunt gebruiken. Mijn schermtijd staat nu op 2 uur per dag voor alles. Nadeel is dat je heel eenvoudig om extra tijd kunt vragen, wat ik soms dus ook doe.

  • bewaar voor een later tijdstip

Ik pak mijn telefoon vaak wanneer ik geen zin heb in datgene wat ik aan het doen ben. Ik zoek naar afleiding en stel ondertussen de rest uit. Wat dan handig is om te doen, zodat je jezelf niet verliest in de online wereld en pas ‘n half uur later weer terug bent, is om alles wat je zou willen lezen of bekijken te bewaren voor later. Later blijkt dat je de helft toch niet zo interessant vindt.

Ik heb ook de functie ‘discover’ uitgeschakeld. Zodra ik Chrome open op mijn telefoon, krijg ik behalve het beginscherm van Google, daaronder een hele reeks met schreeuwende koppen. Beroemdheden die uit elkaar zijn, een nieuwe film, de laatste modetrends. Interesseert me eigenlijk niets, maar zou ik in zo’n verveelmomentje toch op klikken en lezen. Ik heb dit nu uitgeschakeld, waardoor ik het ook niet te zien krijg. Weer een verleiding minder.

  • maak regelmatig je telefoon leeg

Ik probeer wekelijks mijn telefoon leeg te maken. Ik verwijder alle foto’s die ik niet wil bewaren, sla de rest op de computer op. Ik verwijder berichten, verwijder alles wat ik had bewaard om later te lezen (als ik ze nog steeds niet heb gelezen vind ik het toch niet zo interessant), verwijder notities en zorg dat mijn telefoon opgeruimd is. Zo kan ik me nooit verliezen in oude berichten herlezen, oude foto’s of filmpjes bekijken of notities van 4 maanden geleden lezen.

De eerste keer is altijd veel werk. Wie heeft er niet honderden foto’s op z’n telefoon staan? Daarom probeer ik het ook wekelijks te doen, dan is het klusje snel geklaard!

Ondanks dat mijn telefoon veel saaier is, blijft de verleiding toch groot. Vind ik niet erg. Ik gebruik mijn telefoon ook heel graag. Het is wel belangrijk dat ik er regelmatig even bij stil sta, weer even besef hoeveel ik mijn telefoon gebruik en bij mezelf voel of ik daar blij mee ben.

Ben jij blij met hoeveel en hoe vaak je op je telefoon kijkt? Als je nog tips hebt, laat het vooral weten.

Afbeelding is een screenshot van mijn beginscherm. Zwarte achtergrond en alleen de belangrijkste apps. Lekker saai!

Niets missen? Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief

Door het donker

Toen ik jong was, mocht ik van mijn ouders nooit door het donker. Overbezorgd vond ik ze. Inmiddels ben ik 36 en ben ik ontelbare keren alleen door het donker gegaan. Gisteravond nog, toen ik het laatste rondje met het hondje liep.

Voorheen liepen we het laatste rondje vaak samen, maar door de avondklok gaan we alleen. Gisteravond was mijn beurt. Ik doe mijn jas aan, strik mijn wandelschoenen en pak mijn sleutels. Mijn telefoon vergeet ik mee te nemen. Dit besef ik pas wanneer ik door het donkere paadje loop. Mijn handen glijden automatisch in mijn jaszak, om mijn telefoon te voelen. Ik vertel mezelf dat het niet uitmaakt en loop verder.

Het is rustig in het park. Ik zie niemand en hoor geen auto’s. In de flats om mij heen brandt licht. Indy loopt los en snuffelt aan ieder grassprietje. Het is een fijne plek om te lopen, maar toch houd ik de omgeving in de gaten. Zodra we in de buurt van de weg komen, lijn ik Indy aan. We lopen langs het gras, waar veel bomen staan en weinig verlichting is. Verderop zie ik iemand die mijn kant op loopt. Als we elkaar naderen zie ik dat het een jonge vrouw is. Ik weet niet zeker of dat aan mij ook te zien is. Ik draag lompe schoenen, mijn joggingbroek en wijde jas en loop in de schaduw van de bomen.

Ze pakt haar telefoon en begint te praten. Vlak daarna passeren we elkaar en zodra ze me beter ziet, glimlacht ze vluchtig.

Ik loop verder en vraag me af of ze bang was. Of ze net als ik, wanneer ik ‘s avonds alleen over straat loop, altijd iets alerter is. Of ze haar telefoon pakte om te laten merken dat ze niet écht alleen was. Of ze opgelucht was, toen ze zag dat ik een vrouw was.

Ik steek mijn sleutel in het slot en ben blij dat ik thuis ben.

Met vier dochters begrijp ik dat mijn ouders deze regel hadden. Niet alleen door het donker. Ik vraag mij af of deze regel er ook was geweest als ze vier zonen hadden gekregen.

Vrouwen voelen zich ‘s avonds op straat onveiliger dan mannen.

Twee weken geleden werd Sarah Everard ontvoerd en vermoord in Londen. Zij liep ‘s avonds in Londen alleen naar huis na een bezoek aan een vriendin, een wandeling van een uurtje. Een aantal dagen later werd haar lichaam gevonden. Via de hashtag #SarahEverard deelden veel vrouwen op Social Media hun ervaringen met naar huis lopen in het donker.

Ik zag de berichten voorbij komen. Vrouwen die hun sleutels in hun hand houden, hun telefoon binnen handbereik. Vrouwen die appen naar vriendinnen zodra ze thuis zijn. Die hun haren wegstoppen in een capuchon, die altijd op hun hoede zijn. Die in het donker sneller fietsen en ‘n omweg nemen om verlaten plekken te vermijden.

Ik ben zo’n vrouw. Op mijn hoede in het donker, blij dat het nu weer langer licht is.

Foto van Indy en mij op de heide, waar ze enthousiast achter een stok aan rent.
Kostbare aandacht

Afwezig pak ik mijn telefoon, ik ben eigenlijk met iets anders bezig. Ik ontgrendel mijn scherm en open ‘n app. Gedachteloos scrol ik langs foto’s, filmpjes, teksten, artikelen en advertenties. Niets nieuws, omdat ik 5 minuten geleden nog op diezelfde app zat, te scrollen en te kijken naar andermans leven.

Nadat ik The Social Dilemma had gezien op Netflix, wist ik dat ik dit niet wilde. Deze documentaire kroop onder mijn huid en bleef daar een hele tijd zitten. Er komen technische experts aan het woord, die waarschuwen voor hun eigen creaties. Die uitleggen hoe apps worden bedacht en ontwikkeld en hoe deze continu worden verbeterd. Er wordt niet nagedacht wat goed is voor de mens, er wordt gedacht wat goed is voor het bedrijf. Wat goed is voor het bedrijf is dat jij zo veel mogelijk tijd op hun platform doorbrengt. Jouw aandacht is kostbaar. Hoe langer jij erop zit, hoe meer advertenties je ziet, hoe meer geld zij verdienen.

Tijdens het kijken krijg je sterk het gevoel dat je zelf niet meer de baas bent over je telefoongedrag. Zij hebben dit zo knap gedaan, dat je niet in de gaten hebt dat je enorm gemanipuleerd wordt. Je raakt verslaafd. Zodra je een melding krijgt, pak je je telefoon. Ongeacht waar je mee bezig bent. Zodra je iets hebt gepost, check je voor likes. Onze aandacht wordt continu opgeëist.

Ik herkende zoveel in deze documentaire. Ik heb er nu meer oog voor, het valt me op als ik het zelf doe en zie het vaker om mij heen gebeuren. Ben je lekker aan het kletsen, kijkt de ander op z´n telefoon. Zit je in ´n vergadering, kijkt er iemand op z´n smartwatch. Waar de mens is, is de smartphone in de buurt. Door The Social Dilemma heb ik meer begrip voor het telefoongebruik, ook naar mezelf toe. Ze maken je het echt heel moeilijk om je telefoon weg te leggen.

Om de controle weer terug te pakken besloot ik om apps te verwijderen. Instagram van mijn telefoon af en een appblocker installeren, zodat ik niet meer via Chrome naar Facebook kon surfen. Dat werkte. Ik moest iedere keer de laptop pakken om op Instragram of Facebook te kijken en dat is een extra drempel. Dat gaat niet gedachteloos en is niet zo makkelijk als je telefoon pakken. Ik merkte ook dat ik Instagram minder leuk vond. Die app is ontwikkeld voor op je telefoon en dat merk je.

Toen startte ik mijn blog. Het leek me handig om FB en Instagram weer op mijn telefoon te installeren, zodat ik eenvoudig mijn blogs kon delen op social media. En dat gaat ook makkelijk. Maar daarnaast open ik weer 20 keer op ´n dag Instagram, kijk ik veel vaker op FB dan me lief is en check ik te vaak of ik weer likes of reacties heb. Ik ben gezwicht. Het duurde even voordat ik dat in de gaten had.

Nu begin ik gewoon opnieuw. Ik ben op zoek naar een handige app (de ironie) die ervoor zorgt dat ik maar maximaal 2x op een dag ‘n app kan openen. Tot nu toe kan ik dit niet vinden, je kan alleen tijdslimieten instellen. Mij gaat het juist om het gedachteloos oppakken, niet om de hoeveelheid tijd. Als je binnen 30 sec. klaar bent, maar wel iedere 5 minuten de app opent, dan klopt er ook iets niet.

Ik blijf de balans zoeken. Tussen aanwezig zijn op social media en aanwezig zijn in het moment.

Foto van Bagus Hernawan via Unsplash   
Overstappen

Ik doe het ieder jaar wel een paar keer. Ik ben makkelijk te verleiden met kortingen, cashback acties en goedkopere tarieven. Als het om zoiets simpels als energie of internet gaat, wil ik graag zo weinig mogelijk betalen. Door mijn gewissel de afgelopen jaren, heb ik ontdekt dat het echt niet zoveel uitmaakt bij wie je iets afneemt.

Het begon ooit allemaal met het lezen van blogs. Over besparen, bezuinigen en budgetteren, met als doel om vrijer te leven. Meer geld overhouden voor dingen waar je van houdt en minder zorgen over je geld. Ik had als doel zoveel mogelijk te reizen. Ieder teveel betaalde euro aan iets wat ik niet zo belangrijk vind, is ‘n euro minder voor mijn droomreis.

Afgelopen maandag heb ik zo’n 160 euro bespaard door over te stappen van energieleverancier. Dat is 160 euro meer voor het reispotje of een ander spaardoel. In een half uur had ik met mijn huidige energieleverancier gebeld, verschillende maatschappijen met elkaar vergeleken en ben ik overgestapt. Dat is snel geld verdienen.

Mijn huidige contract loopt af op 17 april. Op 1 maart had ik een melding in mijn agenda gezet, zodat ik niet zou vergeten om op tijd over te stappen. Ik zet de datum altijd ruim van te voren, omdat ik weet dat ik een geweldige uitsteller ben. Op die manier heb ik toch nog voldoende tijd. Via de app had ik al een nieuwe aanbieding gekregen. Ik kon kiezen voor vaste lage tarieven (spoiler: dat zeggen ze allemaal) door 1 jaar, 3 of 4 jaar bij ze te blijven. Op de app zie ik ook meteen mijn verbruik, wat het handig maakt om de energietarieven te gaan vergelijken bij andere leveranciers.

Via google vind je iets meer dan 17 miljoen hits als je de zoekterm ‘energie vergelijken’ intypt. Zelf kies ik meestal voor Pricewise als onafhankelijke vergelijker. Er zijn verschillende, dus kijk vooral even wat je zelf fijn vindt als je aan de slag gaat. Een vergelijkingssite werkt heel simpel. Je geeft wat gegevens in en zij tonen je verschillende opties. Je kunt ook wensen aangeven, waardoor de selectie gewijzigd wordt en je precies krijgt te zien wat je wilt zien. Als je overstapt voor stroom en gas, moet je wel weten wat je verbruik is en nadenken of er komend jaar iets gaat veranderen in dat gebruik. Zo ben ik vorig jaar niet voor de allergoedkoopste optie gegaan, omdat het tarief voor gas erg duur was. Ik had ingeschat dat ik komend jaar meer zou verbruiken, dus heb ik gekozen voor ‘n lager tarief voor gas, maar iets duurdere vaste leveringskosten. Uiteindelijk bespaarde ik alsnog geld door de cashback actie.

Als ik weet wat de verschillende maatschappijen mij kunnen bieden, ga ik iets specifieker kijken naar hoe dit bedrag is opgebouwd. Ik kijk naar het tarief voor stroom en gas. Stroom vind ik niet zo heel spannend, want wij gebruiken heel weinig. We zitten zelfs onder het gemiddelde van een 1-persoonshuishouden. Gas gebruiken we wel wat meer. We wonen in een appartement dat slecht geïsoleerd is. Daarbij staat zo’n beetje de hele week de verwarming aan, omdat ik in wisselende diensten werk. Voor mij is dat tarief dus belangrijk. De vaste leveringskosten verschillen ook altijd wel wat, maar tot nu toe heb ik nog geen verschillen hoger dan 15 euro gezien. Waar je doorgaans het meest op bespaart is de cashbackactie. Aan het einde van het jaar krijg je geld terug op je eindafrekening als je een nieuwe klant bent.

Als ik prijzen heb vergeleken en weet hoeveel ik kan besparen op mijn energie, bel ik met mijn huidige energieleverancier. Ik wil ze graag de kans geven om mij te houden als klant. Ik ben namelijk een makkelijke klant, ik betaal altijd op tijd, heb niet zo veel te klagen, maar wil wel graag korting. Soms krijg ik die, soms ook niet.

Gisteren had ik pech. Ze was onvermurwbaar. Het enige wat ze voor mij kon betekenen was een gratis slimme thermostaat, maar dan moest ik wel een 3-jarig contract afsluiten. Daarmee zou ik heel veel gaan besparen, omdat ik dan zelfs per uur kon bijhouden hoeveel energie ik verbruik. Ik weet niet wie daar op zit te wachten, maar ik zeker niet. Ik ben al bewust met stekkers uittrekken en de verwarming laag zetten als we er niet zijn, ik kan me echt niet druk maken om mijn verbruik dat ik dit ieder uur wil checken. Daarbij moest ik zelf de installatiekosten van 75 euro betalen. Dit vind ik dus echt geen goede deal en al helemaal geen korting (waar ik juist om vroeg). Ik krijg iets gratis, wat ik niet wil hebben en moet voor dit gratis product ook nog bijbetalen. Waardoor ik alleen maar duurder uit ben.

Als ik die 75 euro niet zou willen betalen, dan zou ik voor een 4-jarig contract kunnen kiezen. Dan krijg je niet alleen de slimme thermosstaat, maar ook de installatiekosten gratis! Wat een deal! Maar dan zit ik dus vier jaar vast. Ik heb nog één laatste keer om korting gevraagd, omdat ik geen gratis spullen hoef en anders echt zou overstappen naar een andere leverancier waarbij ik op jaarbasis een lager bedrag zou betalen. Ze liet me gaan. Lachte vriendelijk en wenste me nog een fijne dag.

Soms gaat het ook anders, dan kunnen ze je korting geven. Als je dat niet genoeg vindt, dan kunnen ze soms de keer daarop (ik bel gerust vaker als het nodig is), meer korting geven. Daar hou ik van. Al vind ik er wel iets van… dat hele systeem waarbij mensen die vragen korting krijgen en de stille klanten gewoon de prijs betalen. Maar ik maak er in ieder geval gebruik van.

Op 17 april krijg ik mijn eindafrekening. Ik weet nu al dat ik geld terug krijg. Ik zet altijd mijn maandbedrag iets hoger, om te voorkomen dat ik moet bijbetalen. Ik check maandelijks mijn verbruik en heb gezien dat we er tot nu toe iedere maand onder zitten. Omdat ik hier ook met een welkomstactie ben ‘binnengehaald’, krijg ik nu op mijn eindafrekening geld terug van de cashbackactie. Dat is bij elkaar een leuk extraatje. Een extraatje dat naar de spaarrekening gaat, om weer een beetje dichter bij ons reisdoel te komen.

Stap jij wel eens over?

Foto van Arteum.ro via Unsplash   
Jezelf verliezen

Er is niets zo fijn als jezelf verliezen in een goed boek. De wereld om je heen bestaat niet meer. Opgekruld in een lekker hoekje op de bank lees je bladzijde na bladzijde. Zodra je de laatste zin hebt gelezen stap je uit de wereld die je in je hoofd hebt gecreëerd. Bij een goed boek doet dat altijd een beetje pijn. Als een afscheid.

Als kind las ik graag, ik verslond boek na boek en was vaak op een rustig plekje te vinden. De bibliotheek was een wonderbaarlijke plek waar ik altijd weer nieuwe boeken ontdekte, of juist weer boeken meenam die ik eerder had gelezen. Iedere keer ging ik met een flinke stapel naar huis, waar ik me weer kon verliezen in alle mooie, ontroerende en spannende verhalen.

Sinds een aantal jaar ben ik weer lid van de bieb. In de tussentijd zijn ze verhuisd naar een andere locatie, zijn er veel meer mogelijkheden om boeken te lezen, digitaal of luisterend, maar de bibliothecaresse is nog altijd dezelfde als waar ik vroeger mijn boeken van leende. En dat voelde fijn, een beetje als weer thuiskomen.

Vaak ga ik met een lijstje titels naar de bieb, weet al precies wat ik wil hebben of heb boeken gereserveerd die voor me klaarliggen. Soms is het een flitsbezoek, even iets ophalen en weer door. Het liefst neem ik mijn tijd, dwaal langs de rekken, laat mijn ogen over de titels gaan en pak de boeken die me aanspreken van de plank. Ik lees de achterkant, blader wat door het boek en lees altijd een stukje van de eerste bladzijde. Het leukst vind ik als ik een stapel boeken heb verzameld, liefst zo verschillend mogelijk. De boekenliefhebber in mij neemt die hele stapel het liefst mee naar huis, maar als realist neem ik deze stapel nog eens door en kies de favorieten er uit. Van de rest maak ik een foto, voor een volgende keer.

Waar ik voorheen vaak boeken kocht, ben ik nu gelukkig met mijn herontdekking van de bibliotheek. Bleef ik eerder vooral bij een genre waarvan ik wist dat ik het leuk zou vinden, nu kies ik van alles wat. Vind ik het boek niet zo leuk, dan gaat het gewoon weer terug. Maar door af en toe eens iets anders te pakken, ben ik juist de mooiste verhalen tegen gekomen. Zelfs die mooiste verhalen hoef ik niet te bezitten, ik heb ze gelezen en dat maakt ze toch een beetje van mij. Ze hebben me een andere wereld laten zien, iets geleerd, iets doen beseffen of me plezier gegeven. Voor mij is dat genoeg. Met alle plezier lever ik dat boek weer in, zodat een ander daar net zo van kan genieten.

Zodra de bieb weer open is, ben ik daar weer te vinden. Struinend langs al die verhalen, op zoek naar de mooiste. Voor nu ben ik blij met de afhaalservice, zodat er toch nog iets te lezen is.

Leen jij boeken of koop je ze? Praat mee in de comments en laat vooral even weten welk boek een aanrader is, ik vind het altijd leuk om mijn leeslijstje weer aan te vullen!

Foto van onze vakantie in Italië, waar we een heerlijk appartement in Siena hadden. Ik lees het boek 'Wij zijn niet als hagedissen' van Erika Bianchi. Het beste verhaal dat ik afgelopen jaar heb gelezen, op een bijzondere manier verteld. 
Een kastje per dag

De eerste keer dat ik besefte dat ik niet veel nodig had, was toen ik zo’n 4 maanden leefde vanuit mijn rugzak. Ik reisde door Mexico en Guatemala, had genoeg aan een aantal kledingstukken, mijn laptop, camera, opladers en toiletspullen. Gedurende mijn reis liet ik soms iets achter en vond soms ook weer iets nieuws (of tweedehands), maar alles paste altijd in mijn rugzak.

Ik ontdekte minimalisme en vond het fascinerend. Ik bekeek documentaires, las boeken en leerde Marie Kondo kennen. Er is veel over te vinden. Er zijn verschillende invalshoeken, vele manieren en allerlei regels. Je hebt vast al gehoord van een kastje per dag opruimen, ‘does it spark joy?’ of een capsulegarderobe maken.

Ik dacht dat je als minimalist zo weinig mogelijk spullen moest hebben, niets meer moest willen en het liefst nog een eigen moestuintje om zelfvoorzienend te zijn. Ik zag mezelf al als geitenwollensokkenfiguur, lekker met m’n handen in de aarde, oversized shirt met gaten, make-uploos en helemaal gelukkig met niets. Minimalisme gaat over wat je écht belangrijk vindt, of misschien juist om wat je echt niet belangrijk vindt. Het doel is nooit ‘zo weinig mogelijk spullen’, maar door te beginnen met het wegdoen van spullen, kom je steeds een stapje dichterbij het wegdoen van alles wat overbodig is.

Voor mij betekent minimalisme bewust leven. Het begon met kijken naar al mijn spullen, ik heb ook gemariekondoot, maar ga inmiddels verder dan dat. Het gaat om waar ik mijn tijd aan wil besteden, wat ik belangrijk vind en waar ik gelukkig van word.

Dus ruim een kastje per dag op, gooi al je kleding op een grote stapel, doe iedere dag iets weg, het maakt niet uit wat je doet, minimalismeregels zijn er om je te laten starten. Gooi daarna die regels overboord en doe lekker je eigen ding.

Wat zou jij willen minimaliseren?

Foto van Sarah Dorweiler via Unsplash   
100 dagen Miracle Morning

Na 100 dagen een uur eerder opstaan, mediteren, sporten, schrijven, affirmaties opzeggen en lezen, besloot ik om mijn wekker te snoozen en me om te draaien. Op dag 101 bleef ik liggen en de dagen daarna ook.

Hoe kon ik na 100 dagen volhouden, ineens stoppen om het vervolgens nooit meer te doen? Een rondje Google vertelt me dat een nieuwe gewoonte na 21 dagen blijft plakken, of na 65 of dat het soms wel 273 dagen duurt. Ik dacht als ik dat magische getal van 100 dagen haal, ik iedere ochtend uit bed zou springen om moeiteloos te beginnen aan mijn miracle-morning-routine.

The Miracle Morning is een methode van Hal Alrod. Als superdrukke man miste hij tijd voor zichzelf, tijd om tot rust te komen, tijd om zich te ontwikkelen en tijd om te bewegen. Omdat hij in zijn hele week nergens een uurtje tijd kon vinden, besloot hij om een uur eerder op te staan. Dat uur gebruikt hij om zijn SAVERS uit te voeren. S staat voor stilte, A voor affirmaties, V voor visualisatie, E voor exercise, R voor reading, S voor schrijven. Door zo zijn ochtend te beginnen is hij gedurende zijn dag ontzettend productief.

Nadat ik zijn boek had gelezen, downloadde ik alles wat ik nodig had om te beginnen met de 30 dagen challenge. Ik vroeg mijn zusjes als accountability partners en zette mijn wekker om kwart voor 6. De eerste paar keren ging als vanzelf, enthousiast om met iets nieuws bezig te zijn. Na een week merkte ik al dat het nieuwe er vanaf was en had ik meer discipline nodig om op te staan. Ik merkte ook dat niet alle onderdelen van de SAVERS bij mij paste. Ik bleef doorzetten, om het na een tijdje toch op te geven.

De magie van de miracle morning bleef aan mij trekken. Ik volgde de FB-groep en zag iedere ochtend weer de mooiste foto’s en verhalen van mensen die wél vroeg waren opgestaan. Als zij het konden, dan moest het mij toch ook lukken. Ik moest weer in de routine komen, een maatje zoeken die ook met de miracle morning wilde starten en gewoon volhouden. Het zou vanzelf mijn nieuwe levensstijl worden.

“Het bleef iets wat ik deed, iets wat paste bij het plaatje van mijn perfecte zelf, maar niet zo goed past bij de mens die ik nu ben.”

Honderd dagen hield ik het vol, deze keer had ik een aantal aanpassingen gedaan om het meer van mezelf te laten zijn. Honderd dagen stond ik vroeg op, deed alle savers en merkte niet het geweldige verschil dat andere mensen wel ervaarden. De ochtendroutine was wel fijn, maar ik was niet productiever, soms juist het tegenovergestelde. Omdat ik moe was, bleef ik na mijn miracle morning ‘n uurtje of twee bankhangen en kreeg op deze manier juist niet zoveel gedaan. Zelfs met de aanpassingen die ik had gedaan, was het nog steeds niet iets wat bij mij hoorde. Het bleef iets wat ik deed, iets wat paste bij het plaatje van mijn perfecte zelf, maar niet zo goed past bij de mens die ik nu ben.

De magische 100 dagen bleek niet zo magisch te zijn.

Gedragsdeskundige James Clear stelt dat het halen van een specifiek doel, in mijn geval de 100 dagen volhouden, averechts werkt als je gedrag blijvend wilt veranderen. Als je dit doel eenmaal haalt is de kans groot dat je de motivatie verliest en terugvalt in oud gedrag. Het gaat namelijk niet om resultaat, maar om de weg ernaartoe. Mijn focus lag vooral op het volhouden, zodat het daarna vanzelf zou gaan. Ik ging voorbij aan de manier waarop ik mijn leven wilde veranderen en waarom dat voor mij belangrijk was. Het was een grote verandering in 1 keer, terwijl om grote veranderingen te laten slagen, je juist consequent kleine stapjes moet blijven zetten.

Spijt? Absoluut niet. Ik sta nu ‘s ochtends op zonder te snoozen. Ik heb ontdekt dat ik mediteren fijn vind en dat ik graag in de ochtend sport en actief ben. Een strak schema waar ik mijzelf aan wil houden werkt niet voor mij. Ik hou juist van mijn afwisselende ochtenden, te bedenken wat ik wil doen of ervoor kiezen om juist even niets te doen. Om direct actief te zijn, of lekker met ‘n kopje thee en een boek op de bank.

Wat is jouw ochtendroutine?

Foto van Danielle MacInnes via Unsplash
Stem op een vrouw

Ik durf bijna niet toe te geven dat ik niet altijd ben gaan stemmen. En misschien jij ook niet. Of misschien stem je wel altijd, maar weet je niet precies waarop. Of op wie. Doe je iene-miene-mutte in het stemhokje. Kies je de partij waar je ouders altijd op stemmen of vul je de avond van te voren gauw een stemwijzer in.

Dit jaar ga ik het anders doen en jij* hopelijk ook. Ik stem op een vrouw! (*mocht je al bewuste stemkeuzes maken, dan hoera voor jou!)

Als ik bedenk hoe hard er is gevochten door vrouwen om stemrecht te krijgen, dan schaam ik mij dat ik daar niet altijd gebruik van heb gemaakt. Stel je voor dat je niet zou mógen stemmen, omdat je vrouw bent. Ik zou woedend zijn! Waarom heb ik daar dan geen gebruik van gemaakt?

Ik vind politiek een lastig iets en heb me er nooit in willen verdiepen. Nu ik ouder en wijzer ben (haha), besef ik hoe belangrijk de beslissingen zijn die daar genomen worden. Hoeveel impact dat heeft op onze samenleving en dus op mijn leven. Dingen die ik belangrijk vind, zou ik graag terug willen zien in de besluiten die in de politiek worden gemaakt. Ik heb daar invloed op, door mijn stem uit te brengen.

Voor mij is het geen optie meer om niet te gaan stemmen. Inlezen dus, kieswijzers invullen, stemadviezen bekijken, verkiezingsprogramma’s doornemen, naar m’n onderbuikgevoel luisteren en een keuze maken.

Wat mij heeft geholpen is de nieuwsbrief van Madeleijn van den Nieuwenhuizen, ‘Vrijschrift‘. Zij heeft een verzameling van verschillende hulpmiddelen om tot een keus te komen, van kieswijzers voor jongeren tot ouderen, voor feministen of duurzaamheidliefhebbers, voor mensen die die een beperking hebben of laaggeletterd zijn of voor mensen die gendergelijkheid belangrijk vinden.

WOMEN Inc. ontwikkelde samen met Atria voor die laatste groep Het Gendergelijkheid Stemadvies‘. Zo kun je ontdekken welke partijen actief aan de slag gaan met gendergelijkheid. Op dit moment hebben mannen en vrouwen in Nederland nog steeds geen gelijke kansen. Zo is er een loonkloof (vrouwen verdienen nog altijd 14% minder), een ongelijke zorg-werkverdeling, een grote groep vrouwen financieel afhankelijk, worden vrouwen in schoolboeken stereotiep afgebeeld en zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in besluitvormende functies in onder meer wetenschap, bedrijfsleven en politiek.

Aan die ondervertegenwoordiging in de politiek kunnen we iets doen. De stichting ‘Stem op een vrouw‘ heeft als missie om geschiedenis te schrijven: een Tweede Kamer die voor de helft uit vrouwen bestaat. Dit jaar staan er meer vrouwen dan ooit op de lijst, maar om ervoor te zorgen dat deze ook in de Tweede Kamer terecht komen is het belangrijk om slim te stemmen. Hoe je dat doet zie je in onderstaand stappenplan, maar check zeker even hun website of Instagram voor meer informatie en antwoorden op alle vragen.

Mijn keus is bijna gemaakt en ik heb voor het eerst zin om te gaan stemmen op 17 maart.

Weet jij al wat je gaat stemmen? Praat gezellig mee in de comments, misschien heb je nog een fijne tip of een leuk stemverhaal.

Foto van Shaojie via Unsplash